ZENUWPIJN.

1. Punt

“Martijn? Mag ik jou wat vragen?”
“Ja natuurlijk.”
“Het gaat over mijn boek.”
“Wat wil je weten.”
“Nou, ik had het laatst met iemand over de titel…”
“Ja en?”
“Nou, wat zou jij doen, als uitgever, ik zou graag jou mening als uitgever willen weten.”
“Wat is de vraag Deverra?”
“Ik wil graag een punt achter de titel zetten maar ‘ze’ zeggen dat dat niet kan?”
“Dat is inderdaad ongebruikelijk. Ik als uitgever zou adviseren om dat niet te doen.”
“Ja maar omdat het ongebruikelijk is wil het toch niet zeggen dat het niet kan?”
“Dat is waar en als je dat perse wilt zou ik als uitgever je adviseren om het niet te doen maar als je het echt wilt dan moet je dat doen maar waarom zou je het willen?”
“Omdat er een punt achter hoort. Is een gevoelsdingetje.”
“Maar taalkundig klopt het niet dus als je wilt dat je boek en jij serieus genomen wordt is het verstandiger om het niet te doen.”
“Maar er hoort een punt achter. Als statement. Zenuwpijn. Punt. Einde verhaal, als een symbolische afsluiting.”
“Maar dat is voor jou zo, snappen de lezers dat ook? En het wordt nooit gedaan en grammaticaal is het fout.”
“Hmmm…”
“Dus jij zou, net als het advies wat ik kreeg van andere schrijvers, het niet doen.”
“Nee, niet als je serieus genomen wilt worden als schrijver.”
“Oké. Ik ga er eens over nadenken. Toch wil ik er een punt achter.”

“Het is half twee. Martijn, ik ga naar huis, volgens mij ben ik een beetje moe. Het is klaar voor vandaag.”
“Dat is goed hoor, ga jij maar lekker naar huis. We hebben weer hard gewerkt vandaag. Dank je wel.”
“Ik sta op, pak mijn spullen, loop naar de deur en bots tegen de deurstijl op.”
“Gaat het Deverra, kom je wel veilig thuis?”
“Ja hoor, komt goed.”
Een paar uur later gaat mijn telefoon. Verward kijk ik naar het scherm en in een poging het geluid te laten stoppen neem ik per ongeluk aan.
“Dag Martijn.”
“Hoi Deverra, ik wilde even bellen om te weten of je veilig bent thuisgekomen.”
“Jawel hoor, dit is niks nieuws, je hebt nu een fractie van een Q-koorts aanval gezien, ik ben het wel gewent.”
“Ja, ik maakte me wel zorgen maar fijn dat je veilig thuis bent gekomen, ik schrok wel hoor.”
“Dat is lief maar ik lig nu op de bank dus het gaat wel. Meestal gaat het na een paar uur wel over dus ik wacht rustig af.”
“Oke, dan is het goed, beterschap Deverra.”
“Dank je wel Martijn.”