NEERVALLEN, ZENUWPIJN.

16. Garantie tot aan de deur

Foto door Branimir Balogović via Pexels

Uiteindelijk verwees de neurologe mij door naar het NKCV èn de neurochirurg.  Wel voegde ze er aan toe dat het ik er niks van moest verwachten en ervan uit moest gaan dat ik niet werd aangenomen bij het NKCV omdat zij ervan overtuigd was dat de klachten ergens anders vandaan kwamen en ook wel eens psychisch konden zijn. Achteraf had ze gelijk dat van het NKCV weinig te verwachten viel. Misschien heb ik toen haar waarschuwing verkeerd geïnterpreteerd. Maar ja…achteraf…zoals jij altijd zegt mijn lief: ‘Achteraf is het makkelijk praten.’

Voordat je terecht kan bij het NKCV krijg je eerst vragenlijsten. Daarmee bepalen zij (wat uiteraard heel vreemd is want ik weet zelf het beste of ik vermoeid ben of niet) of je wel ‘moe’ genoeg bent om bij hen terecht te kunnen. Uit de vragenlijsten kwam (uiteraard) dat ik extreem moe ben dus kreeg ik al snel mijn intake. Ik had geen clou in die tijd hoe en wat want achteraf (daar is de achteraf weer) gezien was ik toen heel slecht. Wel had ik een hoge verwachting. HÉT kenniscentrum, nou, beter kon ik niet terecht komen. Dacht ik.

Regelmatig bel ik met een goede vriendin. Als we elkaar aan de telefoon hebben zegt ze zo vaak: ‘Als ik toch dichtbij zou wonen dan zou ik je regelmatig ophalen om een stukje te rijden. Waarom doet niemand dat?’ Meestal glimlach ik dan en zeg ik: ‘Mensen hebben geen tijd en vinden het lastig omdat ze niet zo goed weten hoe ze moeten reageren. Ik wil geen beslag leggen op mensen.’ Ze reageert dan altijd fel: ‘Da’s toch onzin Deverra, wat voor een moeite is het om jou gewoon even op te halen en mee naar buiten te nemen.’ Mijn antwoord is dan: ‘Heel veel moeite. Geloof mij maar.’

Uiteraard gaat Pa weer mee naar het Radboud. Voor het NKCV kan ik eerst terecht bij de neurochirurg. Het spreekuur loopt bijna een heel uur uit en ik zeg tegen Pa: ‘Zou dat een voorteken zijn?’ De neurochirurg is een starre bijna autistische man. Hij kijkt me niet recht aan. Kraalogen schieten van zijn scherm naar iets achter of langs mij. Hij komt over als een man die of teveel aan zijn hoofd heeft of totaal geen zin heeft om hier tijd en energie in te steken.

De neurochirurg stelt voor weer een MRI te laten maken van mijn rug. De MRI laat hetzelfde beeld zien als eerder. Een hernia en slijtage. Het zou ook raar zijn als er ineens een ander beeld was maar je weet maar nooit. ‘Ja hoor’, zegt de neurochirurg, ‘uw beenklachten passen precies bij deze hernia.’ Ik vraag hem nog of er een andere oorzaak kan zijn voor deze pijn en alle andere pijnen en ongemakken. Zijn antwoord is nee.

Wel weet hij te vertellen: ‘Ik kan u wel opereren en wat ruimte rondom de zenuw maken maar u krijgt garantie tot aan de deur en er is een grote kans dat dit niet de oplossing is.’ Ik had veel gekke dingen gehoord maar deze neurochirurg spande de kroon. Garantie tot aan de deur? Wie zegt dat nou? Hoe kan ik als patiënt nou vertrouwen in deze man hebben. Ik geef hem garantie tot aan de deur want wanneer ik buiten sta besluit ik dat wat er ook gebeurt, deze man mij nooit en te nimmer gaat opereren. Hij vertelde niet dat mijn klachten psychisch zijn en daar raakte ik wel van in de war.

De chirurg “voelde niet goed”, ik had er geen vertrouwen in en ik wist ook waarom. Er bleef een stemmetje in mijn hoofd: ‘Straks laat je je voor de tweede keer aan een hernia opereren en kom je er slechter uit dan je erin ging.’ Het was alsof op dat moment alle alarmbellen afgingen terwijl er geen concrete rede voor was behalve de opmerking dat ik garantie tot aan de deur kreeg. Ook ging het traject bij het NKCV van start en zij staan erop dat je naast dat traject niks maar dan ook niks anders doet.

Ik heb de garantie-tot-aan-de-deur-operatie afgezegd. Ik stopte bij de praktijkondersteuner. Ik moest even niks hebben. Het was klaar. Deze twee keuzes deden me goed. Ik gooide ook alle alternatieve genezers de deur uit. Alle deuren gingen dicht. Ik had geen ruimte meer. Ik moest nadenken. Mensen vroegen vaak wat ik zoal deed en of ik me niet verveelde. Ik ben op dat moment nog niet zo ver dat ik kan uitleggen dat pijn veel energie kost. Steeds als ik iets heb gedaan moet ik herstellen. Later besef ik pas dat chronisch ziek zijn een full time baan is, we werken 24/7. Het vele liggen is het lijf laten herstellen. En soms erger dan dat.

Ik bel een vriendin op en vertel wat de neurochirurg heeft gezegd: Garantie tot aan de deur. We moeten beide zo hard lachen. ‘Dit meen je niet’, zegt ze. ‘Ja echt waar, mijn vader was erbij anders zou niemand het geloven.’

‘Je laat je niet door deze man opereren hoor want ik kom je persoonlijk ophalen.’ Beide gieren we het uit. ‘Nee’, zeg ik, dit ga ik niet doen.