NEERVALLEN, ZENUWPIJN.

19. Koffie?

Foto door Lood Goosen via Pexels

‘Koffie?’, vraagt ze. ‘Ja lekker’, zeg ik. Normaal drink ik geen koffie, alleen ’s morgens. Drie kopjes na het opstaan, meer niet. Sinds tijden ben ik bij een vriendin op bezoek. Mijn vriendin kletst er lekker op los en ik geniet van haar verhalen. Even afleiding. Opeens voel ik mij niet lekker worden. Het bloed trekt uit mijn lichaam, ik word misselijk en het is alsof ik de wereld om me heen niet helemaal meer meekrijg. Mijn hart gaat tekeer. ‘Ik moet naar huis’, denk ik.

Ik zeg niks tegen mijn vriendin, gelukkig heeft ze niks in de gaten. Ik voel me altijd zo bezwaard en opgelaten als zoiets gebeurt in gezelschap. Met een smoesje ga ik weg. Ik stap in de auto, rij de straat uit, op weg naar huis. ‘Ik wil naar huis’, is de enige gedachte die ik heb. Ik rij op de automatische piloot. Het voelt alsof ik elk moment kan wegzakken en nooit meer wakker ga worden. ‘Ik ga dood’, denk ik. Het is een nogal dramatische gedachte maar op dat moment had het me niet verbaasd als ik ter plekke het leven had gelaten.

Ik bedien de auto en tegelijkertijd voel ik dat dit niet goed gaat. ‘Recht rijden, erbij blijven.’ Ik praat tegen mezelf om thuis te komen. Als ik maar thuis ben. Als ik maar thuis ben. Het is maar een klein stukje. Gas geven, remmen, sturen. Thuis ga ik liggen. ‘Ik ga dood’, denk ik.

Ik bel mijn beste vriendin. De enige die ik vertrouw. De enige die mij op mijn zwakst mag zien. ‘Ik voel me niet goed’, zeg ik. ‘Ik kom eraan’, zegt ze aan de telefoon. Het kortste telefoongesprek allertijden. Als ze me ziet schrikt ze. Ze belt mijn huisarts. De huisarts legt een huisbezoek af. Hij is er al snel uit: Paniekaanval. Niks anders. ‘Neem een diazepam, dan word je wel weer rustig’, zegt hij en vertrekt. Als de huisarts weg is kijken vriendin en ik elkaar aan. ‘Zie je nou hoe hij is?’, zeg ik. ‘Ja’, zegt ze, ‘dit is heel vreemd. Jij hebt echt geen paniekaanval. Wat een hork van een man’

‘Nee’, zeg ik, ‘dat weet ik ook zeker dat dit geen paniekaanval is. Ik heb wel koffie op wat ik normaal nooit doe. Zou dat het zijn?’ Ik ben moe, mijn lichaam is zo overstuur. Ik ga in bed liggen en de laatste gedachte die ik heb is: ‘Niet vergeten uit te testen of het de koffie is.’

Dat was niet nodig. Een paar dagen na de eerste zogenaamde paniekaanval volgde een nieuwe aanval. Weer dat gejaagde, ziek tot in elke vezel van mijn lijf. Ik bel de huisarts en maak een afspraak via de assistente. Ik kon vrijwel gelijk terecht. Ik durf niet te rijden, zo ziek ben ik maar ik moet naar de praktijk. Deze ochtend vergeet ik nooit meer. Kruipend ging ik door het huis. ‘Als er wat is of ik kan iets voor je doen moet je het zeggen of bellen.’ Een zin die door vele gedachteloos wordt uitgesproken.

Ik belde die ochtend acht mensen of ze alsjeblieft mee konden rijden naar de huisarts. Niemand kon. Als er een toppunt van eenzaamheid bestaat had ik hem nu bereikt. Ik ging zelf met de auto. Totaal onverantwoord. Rillend, trillend, ziek.

Ik kom bij een andere huisarts dan de mijne. IJzig zat ze op haar stoel, haar ogen flitste steeds naar mijn dossier op het beeldscherm. Ik kon bijna niet praten, had ademtekort en ik hing in de stoel. Vertelde hoe ik mij voelde. ‘Ik sta achter wat de dokter heeft geconstateerd, je hebt gewoon een paniekaanval maar omdat dat nu meer gebeurt spreken we van een paniekstoornis.’

Hoe ziek ik was ging ik tegen haar in. Ik zei: ‘Ik heb geen paniekaanval, er is iets niet goed, wil je mijn bloeddruk meten of even naar mijn hart luisteren of iets doen alsjeblieft.’ Tranen had ik in mijn ogen, ik smeekte de huisarts. ‘Nee’, zei ze. Ze bleef in haar stoel zitten als een koningin. De machtsverhouding was duidelijk. Ze deed niks. Ze verschoof nog niet. ‘Het gaat waarschijnlijk met een paar minuten over’,  zei ze. Deze zogenaamde paniekaanval duurde drie dagen.

Hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet meer. Ik was verloren. Ik wist dat ik mijn omgeving was verloren, mijzelf en het vertrouwen van de huisarts. Ik wist een ding: Dit is geen paniekaanval. Ik besluit om uit te testen hoe dat met die koffie zit. Normaal drink ik alleen drie koppen koffie als ik opgestaan ben. Verder niet. Twee keer zijn deze aanvallen ontstaan nadat ik ook overdag koffie op heb in combinatie met iets ‘doen’.

Op een goede dag probeer ik het uit. Ik drink meer koffie dan gebruikelijk. Raak. Ik probeer het voor de zekerheid nog een paar keer uit. Weer raak. Ik besluit geen koffie meer te drinken. Daarna heb ik nooit meer een “paniekaanval” gehad.

Enkele weken later krijg ik een oor- en keelontsteking. Mijn eigen huisarts is op dat moment op vakantie en ik kom bij de waarnemende praktijk. Er ging een deur open! Een hele andere huisarts, begripvol, luisterend en ik wist gelijk: Dit wordt mijn nieuwe huisarts! In overleg met de praktijkondersteuner heb ik een afspraak gemaakt met de oude huisarts want ook de praktijkondersteuner zag wel dat het in communicatie niet goed ging. De toenmalige huisarts nam bij de afspraak zelf het woord en zonder dat ik één zin heb hoeven te zeggen deelde hij mee dat als ik mij niet thuis voelde in zijn praktijk ik beter over kon stappen. Ik dacht: ‘Als dokter weet hij dit wel heel goed’!

Mijn dossier ging over en ik ging naar de nieuwe huisarts met een brief want ik kon niet meer praten. Het was te veel. …ik kon het alleen maar opschrijven met een grote schreeuw om hulp. De huisarts zei: ‘Als je zo een operatie ingaat lijkt me niet verstandig.’ Dit was het meest wijze wat een arts tegen mij zei. Door de jaren heen heb ik met de nieuwe huisarts een zeer goed contact opgebouwd. Dit ging niet vanzelf want de oude huisarts had uiteraard zijn dossier over (of tegen) mij overgedragen. Toch is dit meer dan goed gekomen.

Ik had een hernia en mijn Q-koorts test was positief. Het wachten was op de start van het NKCV. En ik had een nieuwe huisarts, nu zou alles goed komen.