OPSTAAN, ZENUWPIJN.

21. Mijn lief OPSTAAN

Foto door lilartsy via Pexels

‘OPSTAAN’

‘Goed, slecht – dat zijn termen die je hier niet kunt hanteren. Niet tegenstribbelen en met de stroom meegaan – daar draait het om. Dan drijft wat boven hoort naar boven en zakt wat beneden hoort naar beneden. Wanneer je boven hoort, zoek je de hoogste toren en klim je naar de top. Wanneer je beneden hoort, zoek je de diepste put en klim je naar de bodem. Wanneer er geen stroom is, wacht je, roerloos. Als je tegen de stroom ingaat, droogt alles op. Als alles opdroogt, hult de wereld zich in duisternis.

Wanneer je je Zelf opgeeft, vind je het weer terug.’

‘Het valt niet mee om te wachten tot de stroom komt. Maar wanneer je moet wachten, moet je wachten. In de tussentijd denk je maar dat je dood bent, dat helpt.’

‘Precies,’ zei hij. ‘ ‘‘Juist door dood te gaan/ kom je weer boven water.”

Uit: De opwindvogelkronieken – Haruki Murakami

Lief,

Alle voorgaande hoofdstukken zijn tot ongeveer 2015. Een jaar voordat wij een relatie zouden krijgen. Soms denk ik wel eens: ‘Wat denk jij allemaal als je dit leest?’ Sowieso vraag ik me af of het niet allemaal te zwaar is, te veel, of het wel leesbaar is, of ik hier goed aan doe, of mensen ook wel de humor erdoorheen lezen. Elke week ben ik weer onzeker over wat ik plaats maar de drang om de misstanden in de zorg naar buiten te brengen is groter dan mijn onzekerheid.

Wij zijn nu een aantal jaren samen. Het is niet dat we een precieze datum hebben maar ergens onderweg hadden we een relatie. Ik denk dat je geen idee hebt welke rol jij speelt in dit verhaal. Ergens onderweg ben je aangehaakt en vind je je weg. De afgelopen vijf jaar zijn voor jou niet altijd makkelijk geweest want hoe ga je om met een vriendin met wat losse draadjes? Ik weet nog dat je me voor ging stellen aan je vrienden en dat je vroeg: ‘Wat zeggen we als ze vragen wat jij voor werk doet?’

Zo nuchter en direct als ik ben was mijn antwoord: ‘Gewoon, zoals het is, ik ben afgekeurd.’ Achteraf walste ik best wel over je heen want je viel rechtstreeks in mijn proces en egoïstisch als ik kan zijn zag ik op dat moment niet dat jij nog wat moest inhalen. Ooit vroeg een mede Q aan jou: ‘Hoe is dat voor jou André?’ Je antwoorde eerlijk dat het soms best moeilijk is.

Ergens onderweg verbrak ik onze relatie. Dat was de beste beslissing ooit. Doordat het ‘uit’ was werden we opener naar elkaar. We zaten in een relatie kramp en die was er nu af. De druk was van de ketel en we werden beide rustiger. Je vroeg of we contact konden houden. Ik had geen reden om geen contact te houden dus dat was oké.  Al na een paar weken was het duidelijk dat ik het wel uit had gemaakt maar dat het niet uit was dus zei ik op een goede dag: ‘Zullen we maar gewoon een relatie hebben want dit slaat nergens op zo.’

Uiteraard was jij het daar wel mee eens. Als er twee mensen naar elkaar toegegroeid zijn daarna zijn wij het. Liefde gaat vaak samen met pijn. Groeipijn. Ik geloof dat we onze relatiepubertijd inmiddels succesvol hebben overleefd.

Jouw rol in dit verhaal. Over deze zin heb ik veel nagedacht. Eigenlijk blijf je een beetje buiten Q-koorts. We zijn elkaars partner. En mijn Q is ondergeschikt lijkt wel. Net zoals de Q in het alfabet. Hij is er wel maar heeft geen grote rol. Hoe bijzonder is het dat jij dit kan. Alsof je alles volledig omarmt waardoor de zwaarte minder wordt. Je legt er geen nadruk op maar je onderschat het ook niet. Juist niet. Bij seizoen overgangen zoals nu naar de herfst, zeg je: ‘Daar kan mijn meisje niet tegen hè?’ Eigenlijk accepteer jij het meer dan ik. Daardoor leer ik van jou.

We houden veel privé. We spreiden onze relatie en hoe deze in elkaar zit niet zo ten toon. Waar ik hele verhalen publiceer, wat overigens niks zegt over ons echte leven, ben jij een meelezer. Mensen weten niet zo goed hoe het zit met ons. Ik zie en voel dat. Maar zo lang we op zaterdagavond racebanen bouwen lachen we samen toch iedereen uit?

Soms weet ik het zelf ook niet hoe het zit met ons. We hangen van gebreken aan elkaar. Net zoals menig ander stel. De ondertitel van mijn boek is: neervallen, opstaan, uithuilen, doorgaan. De eerste twintig hoofdstukken onder ‘neervallen’ zijn gepubliceerd. Ik ben nu bij de hoofdstukken ‘opstaan’ aangekomen. Eigenlijk is een (onze) (iedere) relatie ook zo. Steeds weer opstaan. Samen. De ene keer reik je mij de hand, de andere keer ik jou.

Wat ons verbindt is…ja, wat verbindt ons eigenlijk? Misschien wel onze verschillen want dat is het gebied waar we elkaar aanvullen. Ik bedoel…als je allebei van de kleur rood houdt, dan zit er altijd wel een nuanceverschil in welke kleur rood. Maar als jij van wit houdt en ik van zwart, dan kan je die twee combineren en zelf mengen. Zo zijn wij denk ik.

En nu ben ik bij de fase ‘opstaan’ aangekomen. Niet alleen in het schrijven. Als het goed is weet je al dat de reden dat ik alle hoofdstukken aan jou schrijf, een diepere of dubbele reden /uitleg heeft. ‘Toevalligerwijs’ zijn wij ook in een opstaan fase. De synchroniciteit van het Universum.

In onze eerste jaren moest ik weer leren vertrouwen. Jij kende mij nog uit mijn werktijd. En nu was ik nog minder dan een schaduw van de vrouw die ik toen was. In dat jaar voordat wij een relatie zouden krijgen ging ik met een hernia naar de huisarts en kwam ik er bij psychiatrie weer uit. En nadat ik uit de hel ontsnapt was kwam jij op mijn pad. En dat zag er niet fraai uit.