OPSTAAN, ZENUWPIJN.

24. Met een kopje thee op de bank

Foto door Jhefferson Santos via Pexels

Je mag het lezen. Je mag het ook niet lezen. Aan jou de keus. Ik begrijp wanneer je het niet leest en misschien dit hoofdstuk wel overslaat, jij begrijpt misschien niet waarom ik het schrijf of misschien juist wel en lees je daarom niet verder of juist wel. Als je het begrijpt dan spijt het me voor jou dat je dit ook mee hebt moeten maken. Gevoeld hebt.

Als je het leest ben ik je dankbaar. Als je het niet leest verandert er niks. Ik neem het je niet kwalijk want eigenlijk wil ik het ook niet schrijven maar het moet. Als je het leest hoop ik dat je het deelt. Waarom? Om een taboe open te gooien. Om mensen bewust te maken. Om misschien lotgenoten de erkenning te geven die ze verdienen. Om het te begrijpen. Voor begrip, voor openheid, voor alles wat nodig is.

Ik schrijf hier over depressie.

Wil ik aandacht? Nee, ik hoef geen aandacht, verre van dat zelfs. Je mag denken dat ik aandacht wil, dat begrijp ik wel. Ik wil aandacht voor het onderwerp. Dat dan weer wel. Jou als lezer bewust maken van dat het om je heen is en wat het inhoudt. Openheid. Begrip.

‘Gewone mensen kennen vier seizoenen in het leven, mensen met een culturele inslag hebben er vijf: lente, zomer, herfst, winter en een depressie.’ (Joost Zwagerman)

Na het traject bij psychiatrie (2015) kwam er een terugslag. Ik knalde keihard een depressie in. Deze zou ruim 2 jaar duren.

Ik kreeg gedachten die ik hier niet ga beschrijven. Ik kan ze niet beschrijven. Bovendien wil ik geen triggers loslaten voor een ander. De gedachten die ik toen had weet alleen ik. Een klein stuk kan ik wel delen: Op een dag reed ik op de snelweg. Ik zag alleen maar de bomen waar ik tegenaan kon rijden. Hoe beangstigend dit is, is niet in woorden op te schrijven. Jaren later las ik bij meerdere Q-koorts patiënten hetzelfde verhaal. Identiek.

Mensen zeiden: ‘Als er iets is moet je het zeggen.’ Ze kwamen wel eten brengen maar vroegen nooit of ik bij hun mee kwam eten. Ze vertelde wel over alle leuke dingen die ze deden, dat zou mij afleiden, zeiden ze. Dat ik intens verdrietig werd van het luisteren en het gemis van dat stuk leven werd niet begrepen. Ik moest maar aangeven als ik wat nodig had maar ik had geen energie om iets aan te geven. Ik wist ook niet meer wat ik ‘nodig’ had.

Dit was ook de tijd van de ‘dooddoeners’: “We zijn allemaal wel eens moe, je ziet er goed uit, je ziet er niet goed uit? Hoe gaat het nu met je? Als ik wat voor je kan doen moet je het zeggen. Dat hebben we allemaal wel eens. Hoe komt het dat je zo moe bent? Winterdip? Wel positief blijven he?”

De psycholoog zei: ‘Ga maar met een kopje thee op de bank zitten. Lekker met een dekentje. Ik heb haar verteld dat je beter drie pakjes sigaretten per dag kan roken want daar ga je niet zo snel dood aan als aan een depressie. Ze vraagt of ik wel eens aan zelfmoord denk. Ik antwoord met: ‘Ja’, maar zie op de klok en aan haar lichaamstaal dat het bijna tijd is. ‘We maken een afspraak voor volgende week’, zegt ze. Diezelfde psycholoog vertelt me ook dat het misschien wel meevalt want ik denk misschien wel aan zelfmoord maar ik doe het niet. Dus is er volgens haar voor mij een reden om te leven. Ja, zo kan je het ook zien. Misschien heb ik nog niet de juiste manier gevonden, misschien ben ik te moe om zelfs mijzelf van het leven te verlossen en misschien heeft ze gelijk. Ik weet het niet. Ik ga dan met het gevoel naar huis dat ik een nog grotere sukkel ben dan toen ik binnenkwam.

Er wordt gezegd dat als je lacht dat je dan niet aan sombere dingen kan denken. Dat is niet waar. Iemand met een depressie lacht maar denkt ondertussen misschien wel aan zelfmoord of aan dingen waar weinig mensen weet van hebben. Misschien is dat de rede dat ‘ie lacht. De gedachte om verlost te zijn van deze ziekte.

Depressie en de gevolgen worden onderschat. Depressie is geen burn out, depressie is geen overspannenheid. Depressie is niet ‘even niet lekker in je vel zitten’. Depressie is de duivel aankijken en niet weg kunnen rennen. ‘Depressie zit in je lijf’, zoals onlangs iemand mij vertelde.

Als er een scan bestond die depressie zichtbaar kon maken zou je hetzelfde zien als bij mensen die een terminale ziekte hebben, zwarte vlekken. Uitgezaaid, niet meer te redden, we kunnen wel uw leven verlengen met medicatie en zinloze adviezen maar meer is er niet aan te doen.

Wat is depressie? Ik weet het niet. Bij sommigen zit het in het bloed, bij anderen is het veroorzaakt door het leven en bij weer anderen is het misschien weer anders. Wie zal het zeggen. Ik ben geen deskundige, alleen een bekende van mijn eigen lijf en geest. Depressie en zelfmoord zijn aan elkaar gewaagd. De een doet het wel, de ander niet. Al jaren lees ik discussie rondom zelfmoord. Is het moord? Doe je het zelf? Moeten we het een andere naam geven? De een vind het laf, de ander begrijpt het. En de depressie zelf wordt niks gevraagd.

Maar waar staan de mensen met depressie? Daar gaat het toch over? Hoe denken die erover? Hoe voelen zij het? Wie praat er met hen over? In de tijd van overal een mening ergens over hebben lijkt diezelfde mening belangrijker dan het onderwerp te worden en gaan we voorbij aan wat er echt speelt. We zijn bijvoorbeeld geraakt en geroerd over de documentaire ‘Antonie Kamerling’ maar we gaan met droge ogen slapen.

Depressie vreet, net als een chemokuur, het maakt ook je goede cellen kapot. Alleen is depressie niet zo herkenbaar. Er zijn geen landelijke inzamelacties, fietstochten, collectes aan de deur, enzovoorts. Depressie heeft vele gezichten, vele oorzaken. Maar het gevoel is hetzelfde. De een wordt er oud mee, de ander kiest ervoor om te sterven, sommigen hebben het hun hele leven, seizoensgebonden, anderen krijgen het op later leeftijd, enkelen hebben het altijd, anderen bij vlagen weer een ander gebruikt medicatie, zoekt het in de alternatieve hoek maar allemaal willen we hulp, al weten we zelf niet altijd wat die hulp is.

Je hoeft iemand met een depressie niet te vertellen dat ‘ze leuke dingen moeten doen’ of ‘het positief moeten blijven zien’. Je zou er een moord voor doen om dat te kunnen tijdens of met een depressie. En sommigen plegen die moord. Na een zelfdoding hoor je vaak dat er signalen zijn geweest. Achteraf. Ik vind dat bijna stuitend want waarom heeft niemand er wat mee gedaan dan? De vraag na een zelfdoding ‘waarom heeft hij/zij het gedaan. De vraag komt erna, niet vooraf.

De realiteit is, als vrienden vragen ‘hoe gaat het’, en ik zeg: ‘Ik ben het vechten moe, ik kan niet meer, het is op’ OF ik antwoord met: ‘Ik heb gisteravond mijn medicijnen geteld en gegoogeld of en welke dosis dodelijk zou zijn.’ Het laatste antwoord kan bijna niemand aan. Zelfs de hulpverleners niet.

De huisarts weet wel van de gedachten maar die schrijft vervolgens een pilletje voor en dat is zo krom want datzelfde pilletje kan fataal zijn en dat ‘willen we toch niet?’ Depressie weet dat die laatste zin geen enkel effect zal hebben. Je kan net zo goed zeggen dat je gezwommen hebt met een paarse krokodil. Depressie is eenzaam.

De omgeving merkt het daardoor niet, pas achteraf. Tegen de omgeving kan je het niet zeggen en de hulpverleners helpen soms gewoon een handje mee. Soms ontsnapt wel vooraf een noodkreet, heel per ongeluk, niet om anderen af te schrikken. Een noodkreet zoals dat je eerlijk antwoord op de vraag hoe het met je gaat. Niet met ‘niet zo goed, of gaat wel.’ Maar met: ‘Ik ben gisteren een stuk gaan rijden en heb ontdekt welke plekken heel makkelijk zijn om het spoor op te lopen en eigenlijk verbaast het me dat de NS daar zelf niet van op de hoogte is. Ik heb tevens uitgerekend welke tijd en trein gegarandeerd succes zal hebben’, weet je hoeveel bomen er langs de weg staan als je binnendoor rijdt naar plaats X? Dat is geen sociaal geaccepteerd antwoord. Zelfs niet bij de huisarts.

Daarom houdt depressie de mond, zwijgt. Depressie zoekt geen aandacht. Juist niet.  En als depressie praat dan is het is een roep om hulp. Een gil. Een schreeuw. Het is geen aandacht in de negatieve zin zoals alles tegenwoordig negatief wordt uitgelegd. Het is makkelijker om de depressieve een trap na te geven en te zeggen (of te denken en da’s veel erger want depressie voelt dat): ‘Het is vast een schreeuw om aandacht.’ Degene die het zeggen doen het niet. Deels waar. Gelukkig. Maar het feit dat de gedachte er is, is heel beangstigend voor degene die hem ervaart. En misschien wil die dáár wel over praten. Lees je wat er staat?

Ik wil zorgverleners spreken hierover, ik wil mensen voorlichten. Bekendheid geven aan een zwaar onderwerp. Inzicht. Vooral aan de behandelaars.

Er zat een duivel in mijn hoofd. Ik heb vaak gezegd dat ook al ben je nog zo gek in je kop, als je besmet raakt met de Q-koorts bacterie word je ziek en een hernia doet gewoon f*cking zeer. Het antwoord van de arts is dan: ‘Ja maar je karakter en persoonlijkheid maken hoe je ermee omgaat.’ Zo blijf je achter je eigen staart aanrennen en CGT opgedrongen krijgen of erger; beland je bij psychiatrie. Ook al ‘leer’ je zogenaamd omgaan met je klachten, dat maakt niet dat ze weg zijn. En dát…het gevecht wat ik achter de rug had klapte nu keihard in mijn gezicht terug.

Depressie kan dodelijk zijn. 113online meldt vandaag (2015): De chat is momenteel gesloten. Kom later terug.

Knipsel uit 2015