ZENUWPIJN.

6. Zij zijn de doktoren, dus zij zullen het wel weten

Foto door Karolina Grabowska via Pexels

De revalidatie hielp. De eerste les die ik kreeg was: “Vergeet alles wat je tot nu toe hebt geleerd, we gaan je opnieuw leren bewegen.” En het allerbelangrijkste; Ze leerde om rust te nemen. Doseren. Vier jaar later, eind 2012 heb ik een afspraak met de huisarts.

Ik woon inmiddels in Gelderland, terug naar de plek waar ik ben opgegroeid. Een jaar eerder werken wij, jij mijn lief, en ik, bij hetzelfde bedrijf. We zijn goede collega’s. Niet meer dan dat. Vanwege de economische crisis, en een dochter van big chief verliet ik al snel het pand. Zoals gewoonlijk vond ik daarna snel een nieuwe baan.

En daar kreeg ik de genadeklap. Ik heb al een paar weken een raar gevoel in mijn benen. Pijn die de adem beneemt. Letterlijk. Misschien denk je nu: “Hee, gaat het alweer over zenuwpijn, waar blijft de Q-koorts?” Maar dat is het probleem bij Q. Eén van de problemen…als je fysiek iets anders hebt lijkt de Q niet op te vallen. Die verdomde bacterie die zich verstopt. Een hernia is concreet. En voor het gemak scharen ze, de deskundigen, overige klachten ook daaronder en past het niet helemaal, dan heb je vast een depressie of zit het anderzijds tussen je oren. Alleen had ik die wijsheid toen nog niet.

In ieder geval leek het me zinvol om even langs de huisarts te gaan voor ‘controle’. De huisarts wilde, volgens het protocol vertelde hij, zes weken wachten. Ik wist op dat moment niet wat het protocol inhield en ik vroeg er ook niet naar want hij is de dokter, dus hij zal het wel weten. Ik vertelde wel dat ik al meer dan zes weken hiermee rond liep, voor zover ik kon lopen, maar ik weet niet of hij dat gehoord heeft. Na zes weken -het protocol volgend- had ik nog steeds een naar gevoel in mijn lijf en vooral in mijn benen. Het werd niet meer maar vooral niet minder. Dus word ik doorgestuurd naar de neuroloog.

De neuroloog doet de intake en de welbekende hernia testen. Alles gaat goed maar ik heb geen reflexen. Ze probeert harder met het hamertje te tikken en ik geef aan dat dat erg pijnlijk is. Ik vertel de neuroloog dat ik dit in 2007 ook heb gehad en alle testen perfect doorstond waardoor er twijfel was terwijl achteraf bleek dat er een grote hernia zat. “Dat komt soms voor”, zegt ze. “Oké”, denk ik bij mijzelf, “gelukkig weet zij dat wel en word ik daar nu niet zo hard op afgerekend als toentertijd.” Ik laat het gelaten over me heen komen allemaal.

Er wordt een nieuwe MRI ingepland om uit te sluiten of er wel of geen hernia is ontstaan en twee weken later heb ik een nieuwe afspraak voor de uitslag. “Zoals ik al vermoedde heeft u een hernia. Rechts, op niveau L5, S1.” De neuroloog legt uit dat daarom de zenuwpijn anders is dan in 2007 omdat deze hernia op een andere hoogte zit en daarom een ander zenuwgebied prikkelt. “U hoeft zich geen zorgen te maken want zoveel procent van de bevolking heeft een hernia en de meeste mensen weten dit niet eens of hebben geen klachten. Ik zie ook geen indicatie voor een operatie bij u. U kunt naar een fysiotherapeut of eventueel kiezen voor pijnbestrijding hier op de pijnpoli maar dat moet u zelf bepalen. Het kan ook zijn dat het vanzelf over gaat, dat gebeurt ook bij veel mensen.”

Met deze boodschap is het consult ten einde. Er wordt een brief voor de huisarts gemaakt en met een paar minuten sta ik verdwaasd buiten. Ik moet alle informatie even verwerken. Ik heb een nieuwe hernia., ik hoef mij geen zorgen te maken. Het kan vanzelf over gaan, dat is een goed vooruitzicht. Zij is de dokter, dus ze zal het wel weten.

Maar deze pijn gaat niet over. Het wordt alleen maar erger. Ik kan met de week minder lang staan en lopen. Ik voel me opgebrand, moedeloos. Concentreren op mijn werk kan ik bijna niet. 15 Juli 2013 val ik neer. Zomaar. Mijn benen begeven het. Ik kan niet meer. Het is op. Alles is op. Ik lieg tegen mijzelf door te denken dat het misschien met een week rust wel over gaat. Ik weet ergens heel diep van binnen dat ook al gaat ‘het’ met een week over, dit is het einde. Het einde van heel veel jaren. Ik voel opluchting, verdriet, pijn. En het wordt stil.

Nadat ik ben neergevallen lig ik hele dagen in bed of bezoek ik de fysiotherapeut. Ik ga met meer pijn naar huis dan dat ik daar kom. Mijn dagen bestaan uit rusten en nadenken. Al liggende de pijn te verbijten besef ik mij dat ik al zo lang klachten heb. Misschien wordt het eens tijd om alles te laten onderzoeken. Nu ik toch tijd heb. Omdat ik ben neergevallen, fysiotherapie heb geprobeerd maar het allemaal niet beter wordt stuurt de huisarts mij voor de zekerheid een maand later door naar terug naar de neurologe.

De neuroloog zegt dat ze wel verder wil kijken maar niet buiten haar boekje kan gaan. Ze wil wel een Lyme test laten doen maar eigenlijk mag zij dit niet. Mijn overige klachten lijken erg op Lyme. Ook stelt ze een EMG voor. Een spier- zenuwtest. Ze legt uit dat er met een dunne naald bepaalde gebieden worden geprikt om te kijken of er een verstoring is.

Ik heb een grote angst voor naalden maar ik besluit om dit te ondergaan. Als ik wil weten wat er aan de hand is, buiten de hernia om, zal ik mij hier overheen moeten zetten. Ik moet tijdens de test op mijn buik liggen dus ik zie de naald in ieder geval niet. Ook verteld de neurologe dat het niet echt pijnlijk is. Ik vind het allemaal oké, als hiermee iets aangetoond kan worden of een verklaring kan worden gevonden spring ik een gat in de lucht.

Op de dag dat de EMG gemaakt zou worden voel ik me rustig. Ik ben niet zenuwachtig of angstig voor de komende naald. Ik vertrouw op de neuroloog dat het niet pijnlijk is en de wetenschap dat ik toch niks zie doordat ik moet liggen maakt dat ik vol vertrouwen naar het ziekenhuis ga. Ik vraag Pa of hij mee wil rijden. Hij is erg begaan met het feit dat ik al een tijdje thuis ben en soms hebben we daar een gesprek over.

Hij vraagt zich ook af of het alleen een hernia is. “Je zegt altijd dat je vanaf de tijd in Brabant niet lekker bent, maar je bent toch wel sterk hoor, altijd werk gehad, wat je ook meemaakte, je kwam er altijd weer bovenop.” “Maar dit zit niet tussen mijn oren hoor Pa’” zeg ik licht geïrriteerd. “Dat zeg ik ook niet maar wat kan het dan zijn? Laten we dit onderzoek maar even afwachten, misschien komt er iets uit.” “Ja dochie, ik hoop het voor je, al klinkt dat gek maar iets weten is beter dan niets weten.”

Pa mag mee naar binnen voor het EMG-onderzoek. Ik ga volgens de instructies op de tafel liggen en de eerste naald wordt geprikt. In eerste instantie gebeurt er niks maar binnen een paar seconden krijg ik zo’n pijn dat ik het uitgil. “Haal die naald eruit! Haal hem eruit. NU. Haal die naald eruit!” schreeuw ik. Ik voel een pijn die door heel mijn lijf schiet. Pa schrikt zo van mijn reactie dat hij helemaal dichtslaat. Ik zie het aan zijn gezicht.

De neurologe maakt een opmerking: “Mevrouw, u bent wel kleinzerig. We kunnen zo het onderzoek niet afmaken dus zegt u het maar.” Ik lig te rillen op de onderzoekstafel, het zweet gutst me van het lijf. Nu nog kan ik zo de pijn terughalen van die naald. Ik kan bijna niks zeggen maar ik weet de woorden “stoppen” en “ik wil naar huis” eruit te krijgen. Deze pijn wil ik nooit meer voelen. Het onderzoek wordt afgebroken.

Op de terugweg zegt Pa: “Toch gek, als het zo’n pijn doet zou je haast denken dat dat een teken is dat er dus iets niet goed is. Ik begrijp niet waarom ze dat niet verder onderzoeken.” Ik ben stil. Overprikkeld en overdonderd door alles wat er deze dag gebeurde. Ik kijk Pa aan, oververmoeid en we zwijgen de rest van de weg naar huis.

De neurologe kon verder niks voor mij doen vertelde ze. Ik moest maar terug naar de huisarts, die zou het wel weten. Uiteraard kwam er niks uit de Lyme test. Mijn toenmalige werkgever had ook een soort van zes weken protocol en voelde op de klompjes wel aan dat dit niet goed kwam. Zoals verwacht kwam mijn contract ten einde, alleen vergaten ze dat te vertellen. Het maakte eerlijk gezegd niet uit. Ik voelde aan alles dat ik nooit meer zou werken. Ik gaf me over.