ZENUWPIJN.

8. Dit ga ik niet winnen

Een jaar, 12 maanden, 52 weken, 365 dagen. Vragen zonder antwoorden. In december 2012 ging ik voor het eerst naar de neuroloog. Die zei toen dat ik mij geen zorgen hoefde te maken. Dat is dan niet helemaal gelukt.

Er knaagt iets. Diep van binnen is er een stemmetje wat mij verteld dat ik niet alleen een hernia heb. Het lijkt wel, nu ik me eraan overgegeven heb, dat alle jaren van opgebouwde klachten heftiger zijn. Alsof er nu ruimte is voor mijn lijf om toe te geven aan haar gevoel. Ik heb ooit een quote gelezen: Luister naar het fluisteren van je lijf zodat het niet hoeft te schreeuwen.

Als ik wil weten wat er is moet ik een afspraak met de huisarts maken. Ik heb nu lang genoeg op bed gelegen en nagedacht. Het vroegere stigma van ‘kan het stress zijn’ afgewogen en daarmee de twijfel van tafel geveegd.

Ik vind de huisarts altijd een beetje arrogant overkomen met zijn te hippe kleding en passieve houding. Hij heeft iets over zich waardoor ik me klein voel, de blik is altijd wat neerbuigend. Je doet je verhaal daar maar het is dan net alsof hij je niet hoort. Alsof hij denkt: ‘Ja, ja. Het zal wel.’ Ik vertel de huisarts wat mijn eigen bevindingen zijn. Ondersteunt door mijn uitgeprinte spreadsheet. Ik laat mijn lijst zien van klachten en vraag of het mogelijk is om verder onderzoek te krijgen. Waarnaar er meer onderzoek moet komen weet ik niet maar heb stille hoop dat de huisarts daar met mij over wil sparren.

Daar zit ik dan mijn lief. Had ik je toen maar gekend. Hoe stoer ik alles nu schrijf, ik ging kapot van binnen. Waar ik voorheen een zelfverzekerde vrouw was, overviel mij nu iets heel anders. Eenzaamheid van binnen en onbegrip van buiten. Regelmatig vroegen mensen mij: ‘Weet je nu al wat er aan de hand is?’ Ik moest keer op keer uitleggen dat de medische wereld zo niet in elkaar zit zonder dat ik zelf begreep hoe deze wereld werkt. Ik belandde in een hele nieuw universum met eigen regels en wetten. Alsof iemand mij in een diepe put had gegooid. Hoe hard ik ook gilde, geen mens kon me horen. Ik werd onzeker, als mens en als vrouw. De dagen vulde zich langzaam met verdriet en pijn. Inmiddels ken jij dat stuk van mij. Ik miste mijn oude zelf. Die vrouw die elke dag goed gekleed, hakje, dasje, tasje in vol ornaat 40 uur werkte. Bij een feestje vooraan stond. Nu weet ik dat het grootste deel façade was, een lappendeken om 90% van mijn ware kern te verhullen. Als ik nu, anno 2021 weer eens make up op heb voel ik me gek genoeg niet mezelf. Jij kent beide kanten van mij lief. En het beste is nog dat je van beide evenveel houdt. Wonderlijk mens dat je bent.

Zo belandde ik dus zelfverzekerd met al mijn onzekerheden en mijn spreadsheet aan klachten bij de huisarts. Vastberaden om een doorverwijzing ergens naartoe binnen te harken. Ik vertelde dat op de dag dat ik ben gevallen, ik iets heb voelen verschuiven in mijn rug en een soort van ‘knoek’ hoorde. Dat ik al jaren vermoeid ben en liet de eerste melding in mijn medisch dossier zien. Ik sprak over de verkrampingen, spierpijnen en nog veel meer. Ik vond dat zo raar dat mijn benen niet als zenuwpijn voelen die volgens de neuroloog uit de rug zou komen. Tenslotte had ik eerder een hernia gehad en als je eenmaal weet wat zenuwpijn is vergeet je dat nooit meer. Dit voelde anders. De huisarts meent dat deze pijn precies past bij de hernia, het punt waarop de zenuw geprikkeld wordt. De neurologe zegt dit, de neurochirurg waar ik een second opinion had gehad zegt dat en toch, waarom kon ik ze niet geloven? Ik geloof de huisarts ook niet maar hij is de dokter, hij zal het wel weten.

Vanachter zijn computer scrollt hij wat door mijn dossier en stopt plotseling. Ik observeer hem nauwkeurig en denk: ‘Nu krijg ik antwoord!’ De huisarts kijkt mij met zijn meest serieuze blik aan, zet zijn ellebogen op het bureau waarbij hij zijn hoofd laat rusten in de kom van zijn handen en zegt: ‘Ik zie dat je in het verleden wel eens wat somber bent geweest? Heb je daarvoor toen hulp gehad? Misschien moet je eens gaan praten met de maatschappelijk werker hier, de praktijkondersteuner, die kan je goed helpen.’

Ik vind dat wat vreemd want wat heeft dat met de pijn in mijn been te maken? Ik ben niet somber. Ik kom met een lijst aan serieuze fysieke klachten die ik al jaren heb. Duidelijk ontstaan op een bepaald punt en nu ben ik ineens somber? Toen wel, dat klopt. Nu werk ik 40 uur, heb een goede, solide sociale kring (waarbij ik de meeste mensen al een heel leven ken, vermeld ik de huisarts terloops), en ik ga regelmatig ergens heen. Ik heb geen reden tot somberheid. De huisarts, inmiddels achterovergeleund in zijn stoel, hoort mijn verhaal aan. Ik zie dat mijn strijd verloren is. Dit ga ik niet winnen.

‘Ik zie ook dat je in het verleden anti depressiva hebt gehad, hielp dat toen?’, vervolgt hij zijn eigen verhaal. Ik verschuif wat op mijn stoel en ik begrijp niet waar dit vandaan komt. Ik ben neergevallen, dusdanig dat ik nu in de ziektewet ben beland en het mijn dagelijks functioneren beperkt. Mijn hersenen draaien op volle toeren. Hoe kan ik dit gesprek niet voeren? Het nadeel aan mijn karakter is dat ik in dit soort situaties implodeer. Mijn brein maakt kortsluiting en ik verstar waardoor ik niet meer kan reageren.

Ik vertel de huisarts nog net dat mijn pillenperiode 15 jaar geleden is, in 1999 en dat we nu in 2013 leven en ik nu pijn in mijn been heb en mij zorgen maak. De huisarts is onverbiddelijk. ‘Ik wil dat je eerst een afspraak met de praktijkondersteuner maakt.’ Omdat ik graag van de pijn af wil doe ik maar wat hij zegt.

De huisarts sluit af: ‘In het geval van vage klachten spreken we van SOLK, somatisch onvoldoende verklaarde klachten.’ Ik voel mezelf woedend worden. ‘Voor mij zijn de klachten niet vaag maar dagelijkse realiteit’, zeg ik. ‘Toch lijkt het me zinvol dat je eerst een afspraak maakt met de praktijkondersteuner.’

Ondanks dat ik van de pijn bijna niet kan lopen been ik woedend de praktijk uit en denk: ‘Dat je zelf de SOLK krijgt, ellendige etter dat je bent.’ Ik maak een afspraak bij de praktijkondersteuner, hoe sneller we hiervan af zijn hoe beter. Misschien kan de praktijkondersteuner zeggen dat alles oké is en mij terugverwijzen naar de huisarts. Tenslotte is hij ook een soort dokter en die weten dat meteen.