ZENUWPIJN.

9.3 SOLK (deel 3)

Foto door RODNAE Productions via Pexels

Telkens als ik er met mijn nuchtere verstand naar keek werd het steeds vreemder. Ik kreeg zelfs op een gegeven moment een MoodGym training. Een soort van digitale cognitieve therapie. Op dat moment was ik al lang gestopt met tegenspreken en vertelde braaf dat het heel veel inzicht gaf. Ik vertelde niet dat het mij inzicht gaf dat het totale onzin is en dat de MoodGym dat bevestigde. En omdat ze allang blij waren dat ik zogenaamd “om” was er bij hun ook totaal geen vermoeden dat het onderhand een spelletje werd.

Het vreemde was dat ik op dat moment een soort van uit mijzelf trad. Een diep geloof wist dat er geen psychische oorzaak was en toch brak ik een stukje. In mijn eentje was ik niet langer opgewassen tegen dit geweld.

In de eerste periode bij de praktijkondersteuner dienen zich ook nog andere zaken aan. Uit het niets begon mijn omgeving zich ook als arts voor te doen. Iedereen wist wel zo’n beetje wat ik mankeerde of kende wel iemand die mij kon helpen. Ik zou diabetes hebben, MS (wat ik zelf wel even heb gedacht overigens), iemand belde dat ‘ie met een wichelroede mijn energie kon meten. Nou, ik kon zo wel vertellen dat deze laag is, daar had ik geen stokje voor nodig.

Allerlei andere mensen dienden zich aan, spraken over mijn innerlijke CEO, innerlijk kind (ja, wat is het nou? CEO of kind? Beide kan niet toch?) wilde op mijn lijf kloppen met EFT, ik moest stoppen met roken, ik moest mediteren, stiltewandelingen maken (alsof 24/7 alleen thuis zitten al niet stil genoeg is), op mijn adem letten, gaan bewegen, niet gaan bewegen, naar de natuurdokter á weet ik veel hoeveel euro per consult, raw food gaan eten, op een andere manier mijn voedingspatroon aanpassen want zuivel is echt uit den boze werd er vermeld, iedereen kende wel iemand die mij kon helpen. Ik werd daar gek van. Ik was inmiddels in een kwetsbare positie en het voelde alsof iedereen met een schimmige praktijk daar gebruik van wilde maken.

Ik geloof in dokters met witte jassen en die gaan mij vertellen wat er is en belangrijker, hoe het opgelost kan worden en niemand anders. En zeker geen kwakzalvers. Met alle respect maar als je een tantra goeroe bent en je massage op mij wil toepassen omdat je denkt dat ik daar beter van word dan word ik daar heel bang van. Ik vind dat soort mensen eng. Heel eng. En massage helpt niet bij een hernia maar dat heb ik maar niet gezegd. En zolang je niet weet wat er zich IN het lijf afspeelt moet je niet gaan prutsen.

“Maar je bent daarmee zo hard voor jezelf”, zeiden die mensen dan. “Of realistisch”, dacht ik. Als je mij echt zou kennen zou je weten dat ik niet hard ben maar juist heel liefdevol, gevoelig en zacht. Dat ik graag voor anderen klaar sta en heel zorgzaam ben. Een stoeptegel is hard, vooral als je die tegen je hoofd krijgt maar ik ben niet hard. Het feit dat mensen dat zomaar zeggen raakt me en ik vraag me dan af wie er hard is, ik of degene die ongefundeerd mij denkt te analyseren en daarbij ook nog de vrijheid neemt om van alles uit te kramen, recht in mijn gezicht, zonder blikken of blozen.

Op een gegeven moment kreeg ik van de praktijkondersteuner een opdracht. Ik was in een onbewaakt ogenblik vergeten om tactisch en weloverwogen te vertellen, erg op mijn qui-vive te zijn. Zo kwam ter sprake dat de laatste paar jaren ook wel een beetje veel waren geweest. In zijn laatste poging mij te breken en te overtuigen vraagt hij of ik in één A4-tje een gebeurtenis wil opschrijven. Eenmaal thuis maak ik een lijstje met alle gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar waarover ik zou willen en kunnen schrijven.

Ik sprak hierover met Pa. Hij had aardig wat van al deze gesprekken meegekregen en omdat er nog geen verklaring voor al mijn klachten was wist hij het ook niet meer. Hij ging niet mee in de strijd tegen de huisarts maar was er voor mij, liet mij altijd praten. Ging met elke afspraak mee. Als ik wilde dat hij mee de spreekkamer inging deed hij dat. Wilde ik dat niet dan deed Pa dat niet.

Ik neem mijn, hoe ik het zelf noem 10 jaren lijstje, mee naar de praktijkondersteuner. Opgevouwen, alsof het niet bloot mag liggen. Met trillende handen zit ik in de wachtkamer. Wanneer ik word geroepen en zijn spreekkamer binnenkom ga ik zitten en zwijgend leg ik mijn opgevouwen A4tje neer.

Hij vouwt het open, kijkt ernaar en het is lang stil. Mijn hart klopt in mijn keel. Dit is mijn kwetsbare kant. Door de stilte zie ik ook de kwetsbaarheid van de praktijkondersteuner. Ik heb me nooit gerealiseerd, althans niet bewust, wat er allemaal gebeurd is. Mijn leven is ergens onderweg in elkaar gestort. In slow motion. Soms zie je van die beelden op tv waarbij ze filmen dat een gebouw wordt opgeblazen en dat spelen ze in slow motion af. Zo voelt het voor mij ook. Mijn leven is geïmplodeerd. Terwijl de praktijkondersteuner nog steeds zwijgend naar dit briefje kijkt vertel ik dit aan hem.

Na lang zwijgen zegt de praktijkondersteuner: ‘Dit is 10 jaar verlies.’ Tien jaar samengevat in een zin. Tien jaar verlies. Ik schrik ervan en ik weet dat het waar is. Dit heeft niks meer met onze strijd te maken en met de vraag of mijn fysieke klachten psychisch zijn of niet. Hoe ben ik al die jaren doorgedenderd? Hoe heb ik dit overleefd?

Sommige dingen overkomen je in het leven maar hoe krijg ik de grip op mijn leven weer terug. De eerste mentale barst is een feit. Het is alsof ik daadwerkelijk iets voel scheuren in mijzelf. Niet in mijn lijf maar op een dieper niveau. Noem het ziel, noem het geest, noem het wat je wilt maar vanbinnen breekt er een stuk.

Tegelijkertijd realiseerde ik me dat wanneer de buitenwereld, in mijn geval de huisarts en de praktijkondersteuner, maar lang genoeg iets tegen je zeggen dat je het uiteindelijk bijna gaat geloven. Bijna. Ondanks dit inzicht, wat als een mokerslag binnen is gekomen voel ik geen relatie tussen mijn lijf en mijn tienjarenlijstje.

‘Dit is ook een soort van zenuwpijn’ denk ik bij mezelf. Maar dan één die door alles heen gaat.

Ondanks deze realisatie voel ik in dat dit twee verschillende sporen zijn. Mijn kapotte lijf en mijn 10 jaren lijstje. Waarom kon ik niet verklaren. Ik spreek het uit en de praktijkondersteuner zegt: ‘We gaan een driegesprek voor je aanvragen bij de huisarts. Jij, ik en hij.’

Oké, dacht ik, dus als je in hun straatje meepraat krijg je wat je wil?