NEERVALLEN, ZENUWPIJN.

9. 1 SOLK (deel 1)

Foto door Tima Miroshnichenko via Pexels

Ik heb een eerste afspraak gemaakt met de praktijkondersteuner. Oftewel; een maatschappelijk werker verbonden aan de huisartsenpraktijk. Ik vind het spannend. Al met al is het een behoorlijk aantal jaren geleden dat ik een hulpverlener in deze sector heb bezocht. Ik zit er niet echt op te wachten maar ja…als het helpt om de huisarts ervan te overtuigen dat ik last heb van een scala aan jarenlange zogenaamde vage klachten en niet van mijn psyche ga ik er maar braaf heen.

De discussie met de huisarts hierover ontstond dat ik opperde dat ieder mens in zijn of haar leven wel eens een periode heeft waarin ‘dingen’ niet helemaal gaan zoals ze moeten gaan maar om daar nu weer op terug te komen leek me wat overdreven. Het is meer dan 15 jaar geleden, een hele andere levensfase, leeftijd, situatie, dat heeft echt geen enkele relatie met het feit dat ik NU bij de huisarts zit. Als je daardoor neerklapt moeten er meer mensen zijn die letterlijk neervallen. Ik ben er op dat moment van overtuigd dat de praktijkondersteuner dat ook wel ziet.

Ik ben een energieke vrouw die midden in het leven staat, verdriet uithuilt wanneer dat nodig is, door mijn omgeving wordt omschreven als krachtig, sterk, spontaan, open, hartelijk, communicatief, gevoelig, met een scherpe blik op het leven, positief, altijd vrolijk, nuchter en helder van geest. Dus ik voorzag alleen deze ene afspraak met meneer praktijkondersteuner waarin ik hem duidelijk zou maken dat ik hier eigenlijk niks te zoeken heb maar gewoon naar een dokter in een witte jas doorverwezen moet worden.

Dat dacht ik, want tenslotte heb ik een behoorlijk overzichtelijke blik op mijn leven en kan ik goed zaken onderscheiden. Dus neervallen met pijn en andere shit (die inmiddels al een aantal maanden slash jaren aanwezig is) die vervolgens afgedaan wordt als SOLK leek me wat overdreven en past totaal niet bij de persoon die ik ben.

De praktijkondersteuner dacht daar anders over. Een van de eerste vragen die ik kreeg was of ik wist wat psychosomatische klachten zijn. Termen als SOLK en ‘vage klachten’ vlogen weer voorbij.

Ik begreep gelijk hoe het stokje van de huisarts was overgedragen. ‘Zo werkt dat dus’, dacht ik nog. Zoals ik bij de huisarts meldde zei ik nu ook: dat de term vage klachten niet zo leuk zijn om te horen want voor mij zijn de klachten niet vaag maar dagelijkse realiteit en ik kan ze mijns inziens vrij goed ont-vagen. Ik probeerde voor de zoveelste keer te vertellen dat de klachten voor mij niet ‘vaag‘ zijn maar heel echt en beperkend in het dagelijks leven alleen kreeg ik het gevoel dat dit niet de bedoeling van het gesprek was. Ik werd een beetje bang van deze man dus ik dacht: ‘Laat ik maar zeggen dat ik het niet weet wat psychosomatische klachten zijn want hij wil het volgens mij heel graag uitleggen.’

De blik van de praktijkondersteuner, scherp en veroordelend heeft mij snel het zwijgen opgelegd want zoals hij toen zei: “Je begrijpt het niet helemaal, ik zal het je nog een keer uitleggen.” In ieder geval was er met mijn mensenkennis dus niks mis.

In dat eerste gesprek vroeg hij naar mijn jeugd en ouders. Ik vertelde hem wat hoogtepunten. Ik was volgens hem een KOPP kind, met HSP (Hoog Sensitief Persoon) maar ik was niet depressief en dat wist hij na één sessie van een uur terwijl ik alleen maar vertelde wat mijn fysiek gevecht is en op zoek ben naar antwoorden. Ik vond het wel knap dat hij in een uur een ongefundeerde analyse kon maken maar ik dacht: ”Hij is ook een soort van dokter dus hij zal het wel weten.” Alleen jammer dat hij de liefde voor mijn ouders niet meegeteld heeft. Maar dat was loyaliteit volgens hem.

Ik kwam voor het een en ging naar buiten met twee plakkertjes op mijn hoofd die ik niet kon plaatsen. Waar ik voor kwam werd niet besproken. Ik kwam niet om een verleden te bespreken waar mensen bij zijn betrokken die nu niet bij dit gesprek zitten en datzelfde verleden gewoon prima is. Niet meer en niet minder. Ik ken mijzelf het beste dus ik dacht: “Ik geef hem gewoon antwoord, kunnen we daarna verder met de vraag wat ik hier eigenlijk doe en hoe ik van mijn pijn af kan komen.”

Ik ben dus een KOPP kind. Wat moet ik daarmee? Punt 1. Heb ik nog pijn in mijn been. Punt 2. Ik heb door de jaren heen een hele mooie weg gevonden in het contact met mijn ouders en dat ligt allemaal zo ver achter me. Ik leef in het nu en nu heb ik pijn, niet alleen maar in mijn been maar de afgelopen weken zijn mijn andere al jaren bestaande klachten ook weer in alle hevigheid aan het toenemen.

Ook leek het me handig om, nu ik er toch bij de psychedokter zat, te vertellen dat ik inmiddels al een tijd thuis zit en dat deze situatie mijn geest geen goed doet. Ik voel me eenzaam. Tenslotte is hij de psychedokter dus zal hij dat wel begrijpen. Wellicht kan hij met een oplossing komen want dat is wat praktijkondersteuners doen of mij anderzijds van advies voorzien. Hij begreep het niet of wilde het niet begrijpen.

Desalniettemin bleef hij terugkomen op de relatie tussen psyche en lichaam. “Er zijn mensen die in een rolstoel zitten vanwege psychische klachten”, vertelde hij om zijn ‘gelijk’ kracht bij te zetten. Ik dacht: “Ik zit niet in een rolstoel en ik ken die mensen niet, dan wil ik die wel eens ontmoeten.”