Q-koorts

En toen werd jij ziek…

En toen werd jij ziek. Op een dag werkte je in de tuin. Daarna werd je enkel dik. Je ging naar de huisarts die met zijn loep onderzocht of er sprake kon zijn van een teek maar niks te zien.

Het duurde niet lang voordat je ondragelijke pijn in je benen kreeg. Dat je in een paar weken tijd snel teveel gewicht verloor. Dat je toen het nog 30 graden buiten was met een dikke trui aanzat en rilde van de kou. Dat je koorts kreeg. Je huid zag grauw en grijs en je was uitgeput. Vermoeid. Ineens zat ik aan jouw bed. Ik zag mezelf terug.

Via de huisarts door naar de spoedeisende hulp en vervolgens naar de internist. Vlak voor de tweede coronagolf hobbelde we ziekenhuis in en uit. Bloed werd afgenomen, meerdere scans werden gemaakt. Het standaard riedeltje zou ik haast zeggen. Ze keken overal naar, behalve waar je voor kwam. Los van dat ik er voor jou wilde zijn speelde zich een andere film af. Een film van jaren geleden. De huisarts die je naar de spoedeisende hulp stuurt, de spoedeisende hulp die zich afvraagt wat je daar doet, de vaatchirurg die zegt dat je naar een infectioloog moet maar in plaats daarvan bij een internist terechtkomt die je naar een reumatoloog wil sturen. En jij die blijft herhalen dat je iets met een insectenbeet hebt. Gelukkig vond de reumatoloog het ook vreemd dat je daar was.

Ik zat ineens aan de andere kant van de tafel. Een rol die ik niet kende. Machteloos keek ik toe totdat ik me bij de internist niet kon inhouden. Ik hoorde mezelf tegen haar zeggen dat het een beetje raar is om iemand met een insectenbeet naar een reumatoloog te sturen. Welke kronkel maak je dan? Dat ‘ze’ dat bij mij ook deden, ik had zogenaamd Fibromyalgie maar het bleek uiteindelijk Q-koorts te zijn. Daarna hebben we samen gepraat. Wat kwam er veel pijn boven terwijl het om jou draaide en niet om mij. Ik had het gevoel dat ik er niet voor je kon zijn. Uit frustratie riep ik meerdere malen: “Let maar op, IK krijg gelijk.”

Alles maar dan ook alles waar ik ooit doorheen moest zag ik gespiegeld, daar ging jij nu ook doorheen. Alleen was ik nu in een andere rol. Ware het niet dat het teveel door elkaar heen liep. Ik moest mezelf beschermen. Jij opperde dat ik anders maar gewoon weg moest gaan. Met alle liefde die ik voor je heb liet ik je weten dat jij nooit voor mijn Q-koorts bent weggelopen en ik jou nu ook onder geen beding zou laten vallen. Nooit.

En dan de buitenwereld die ineens weer arts is. Toevalligerwijs was er tijdens deze periode net in het nieuws dat er weer een of andere mug actief is en ja hoor…heeft hij dat niet dan? Hele tekenbeten theorieën kwamen langs. Ik heb tegen meerdere mensen gezegd dat ze dat aan jou moeten sturen en ik leg met al het geduld wat ik heb uit dat het voor mij te dichtbij komt en, los van jou en mij en wat wij binnen onze acht muren bespreken, ik een stuk afstand moet doen omdat ik dat gevecht niet nog een keer aankan. En het gaat om jou, niet om mij. En toch lijkt niemand dat wederom te begrijpen.

Er waren tijden dat ik ooit wel eens dacht: ‘Kon jij maar voelen wat ik voel.’ Maar nu ik je zo zie zou ik willen dat je het nooit had gehad. Anderzijds is er iets veranderd. Ik durfde kwetsbaarder te worden en meer te laten zien. Ik kon je meer uitleggen over hoe ik me voel. Er heeft een verdieping en een verbinding plaatsgevonden tussen ons. In onze gesprekken, in alles. De enige wens die ik heb is dat jij wel beter wordt.