Q-koorts

Liefde overwint alles

Eigenlijk ken je mij helemaal niet gezond. Nadat we elkaar leerde kennen lag ik al snel in het ziekenhuis. Ik kwam eruit, verbleef ruim twee weken bij ma omdat ik niet voor mijzelf kon zorgen en toen ik eindelijk naar huis kon moest ik nog herstellen. Herstellen van wat? De schade aan mijn lijf is onomkeerbaar. Toch kwam je mij zenuwachtig opzoeken bij ma, ze waren gelijk dol op je.

Een jaar of acht geleden waren we collega’s. Jij hebt mij dus wel ooit in een betere staat gekend. Geen van beide besteedde daar toen aandacht aan. Uiteraard was je de knapste collega maar zowel jij als ik hadden niet op ‘die manier’ gevoelens voor elkaar. Je was een collega, veelal in de buitendienst. Toen al rommelde het in mijn lijf en was ik wel eens ziek maar ik geloofde de huisarts nog die toen zei dat het ‘stress’ was.

Nu zijn we ongeveer drie jaar samen. We hebben niet echt een datum. Ik kwam je op een dag tegen en omdat we beide geen hardlopers zijn en op onze eigen manier beschadigd zijn in de liefde namen we de tijd. Ik had nog net geen diagnose, moest met spoed geopereerd worden aan de zoveelste hernia, kampte met het staartje van een depressie en diepe eenzaamheid. Het was niet het beste moment in mijn leven. Maar je zocht me op, bleef en keek niet weg.

Toen ik eenmaal weer kon lopen en rechtop zitten besloten we om aan de buitenwereld kenbaar te maken dat we een relatie hebben. Wat vond jij dat spannend. De jongste reageerde met : “Papa heeft een chickie.” Hilarisch.

Waar anderen zich vol laten vallen in een nieuw avontuur bleven wij nuchter en voorzichtig. Mijn leven, maar ook jou leven, maakte zo’n ommezwaai. Na zeven jaar alleen te zijn geweest en alles zelf altijd op te hebben moeten lossen en dan ook nog eens vier jaar artsenstrijd waar jij nog weinig tot niks vanaf wist was er ineens weer een liefde in mijn leven. God wat moest ik daaraan wennen.

Eerlijk  is eerlijk, de eerste tijd was niet makkelijk. Waar anderen zich verliezen in verliefdheid en door het dolle heen zijn hadden wij veel strijd. Niet met elkaar, nee, absoluut niet, maar wel met het leren samen zijn en alles wat daarbij komt en ik met een enorme onzekerheid betreffende mijn ziek zijn. Het is net of de Q koorts een derde persoon is in de relatie. Vaak hoor je dat als je trouwt je de familie erbij krijgt. Bij mij is dat de Q koorts en een kapotte rug.

Maar jij. Jij bleef. Jij luisterde. Jij zei niet veel. Je accepteerde alles. Tot op de dag van vandaag. Alsof je zelf weet hoe het is om mijn ziekte te dragen. Als ik naar huis wil laat je me gaan, als ik wil of zelfs MOET liggen dan blijf je bij me en zwijgt zodat ik niet teveel prikkels krijg. Je zet wat te drinken neer en geeft een aai over mijn hoofd. Je pakt een deken wanneer je ziet dat ik het koud heb. Ik hoef en heb je nooit iets uit hoeven te leggen.

Stapje voor stapje durf ik meer te laten zien van wat Q koorts doet. Ik hield me vaak groot in het begin. Maar jij gaf me vertrouwen door te blijven en niet hard weg te rennen. Je ziet steeds beter wanneer het minder goed gaat maar ook wanneer ik bruis van energie. Wat heb ik een angst uitgestaan dat je op een dag zou zeggen: “Ik kan dit niet meer.” Ik voel me niet altijd aantrekkelijk, vrouw en volledig. Ik denk altijd dat ik je af rem. Soms gun ik je zelfs een vrouw die gezond is, die alles kan. “Ik wil jou, zeg je dan, en geen andere vrouw.” En dat blijf je herhalen.

De afgelopen drie jaar bleef ik worstelen met vertrouwen, met mijn eigenwaarde en Q koorts. Ik bleef naar bevestiging zoeken. Tot jij op een dag zei: “Hoe zou je het vinden om samen ringen te kopen.” Ik moest huilen. Jij die altijd alles gelaten over je heen laat komen, een man van weinig woorden maar die alles doorziet, raakte me in mijn hart. “Hij houdt dus echt van me”, was het eerste wat ik dacht. “Hij kiest echt voor mij en alles wat ik meeneem aan bagage.”

Ik liet het initiatief bij jou. Alsof ik er echt van overtuigd moest worden dat je het meende. Maar je bleef er regelmatig op terugkomen. “Zullen we eerdaags voor ringen gaan kijken?”, zei je dan. In strijd met mijn bindingsangst liet ik je in onzekerheid door laconiek te reageren. Maar jij gaf niet op. Tot ik eindelijk over mijn onzekerheden heen stapte en je geloofde. “Hij meent het echt.” Er kan niks tegen jouw geduld op. Zelfs ik niet mijn explosieve karakter. Mijn buien. Nee, je zegt niet veel maar ondertussen…

Amor vincit omnia, liefde overwint alles, staat er in onze ringen. We hebben onze kracht en onze zwaktes. We hebben, net als ieder ander, onze eigen strijd te strijden. Je hebt geen makkelijke vrouw getroffen, die ook nog eens chronisch ziek is. Damn, wat een pech heb jij. Andersom ben ik blij dat ik ook voor jou ben blijven vechten, dat ik de strijd niet heb opgegeven. Onze kracht is dat we altijd overal over praten. Oftewel, ik praat, jij luistert omdat je vaak wat meer tijd nodig hebt maar uiteindelijk vinden we elkaar ergens in het midden.

Liefde overwint alles, zelfs Q koorts. Daar is geen bacterie tegen bestand.

Ik hou van jou.