Q-koorts

Maakt u zich zorQen?

Fotografie ©Gert Willem Haasnoot 'Project coping'

Ik voel me ziek. Dat is op zich niks geks want ik heb QVS. Wat wel gek is dat ik sinds het begin van dit jaar zieQer ben dan anders. Wanneer het precies begonnen is weet ik eigenlijk niet en wat de aanleiding is geweest kan ik niet achterhalen. Het lijkt alsof van het ene op het andere moment alle klachten in vol ornaat ten tonele verschijnen. Niet af en toe, nee, bijna dagelijks. Ik ga niet zo snel naar de huisarts, alleen als het een beetje de spuigaten uitloopt. De afgelopen maanden liep het regelmatig alle spuigaten uit dus ik heb in een paar maanden regelmatig een bezoek gebracht aan de praktijk.

Door de jaren heen hebben mijn huisarts en ik, met veel vallen en opstaan, een uitstekende band opgebouwd. Ik voel me er veilig, hij heeft van mij maar een half woord nodig en toen ik hem afgelopen zomer vroeg of er misschien weer eens op Q koorts geprikt kon worden omdat het voelt alsof ik een actieve besmetting heb, alsof de bacterie even laat weten dat ‘ie er nog is, tegen alle wetenschappelijke theorieën in, reageerde hij: ‘Dan heb ik liever dat je naar het Radboud gaat want ik heb te weinig kennis van Q koorts en ik wil graag dat de bloedwaarden goed geïnterpreteerd worden.’ Dat is nog eens een huisarts! De doorverwijzing werd in juli gemaakt en het Radboud heeft pas in oktober ‘tijd’. Dat is dan wat minder.

Zo heb ik het ook al een tijdje benauwd. Vanaf begin deze maand (september 2019). Vorige week werd dat steeds erger. Een belletje naar de huisartsenpraktijk en ik kon gelijk terecht. ‘Helaas is uw eigen huisarts vandaag niet aanwezig maar u kunt wel terecht bij de huisarts in opleiding’, zei de assistente. Ik vond alles best. Zo beroerd voel ik me dat het me echt niet meer uitmaakt.

En daar was ze. De huisarts in opleiding. Ik vertelde over de benauwdheid, de kaakkramp, de oorpijn, keelpijn, maagpijn, pijn in mijn benen, de koorts, de huidpijn, dat mijn ogen raar doen, dat ik bij ademen steken halverwege mijn rug heb zodat ademhalen heel pijnlijk is.

‘Maakt u zich zorgen mevrouw Jansen? Wat wilt u dat ik doe?’

Ik verstijfde op de stoel. ‘Daar gaan we weer’, dacht ik. Ik legde haar uit, voor het geval ze mijn dossier nog niet had bekeken, dat ik Q koorts heb gehad en dat zij de huisarts is en ik niet weet wat zij moet doen.

‘Och mevrouw Jansen, wat vervelend voor u dat u daar ook nog van aan het herstellen bent.’ 

Ik voelde al het bloed uit mijn lijf trekken. Ze pakte het oorkijk apparaat en het houten stokje om even naar mijn keel te kijken.

‘Beide zijn rood maar u hoeft zich geen zorgen te maken hoor.’

‘Ik maak me ook geen zorgen maar ik voel me ziek en daarom kom ik hier.’ Ik had al iets van Fluimucil willen halen maar ik dacht dat het verstandiger was om eerst even hier langs te komen of dat nodig is. Ze gaat staan en luistert met zo’n ding naar mijn longen.

‘Even diep in- en uitademen.’

‘Ik kan niet diep inademen, dat doet zeer en ik heb het gevoel dat ik geen lucht heb, ik kom niet bij mijn lage adem, mijn God hoe leg ik dit nou uit aan u.’ De huisarts in opleiding gaat weer zitten en kijkt mij aan met haar huisarts in opleiding oogjes.

U heeft hyperventilatie.’

‘Nee, zeg ik, hier gaan we niet meer naar toe. Dus u zegt dat ik al meer dan een halve maand hyperventilatie heb, 24 uur per dag, 7 dagen in de week? Dit is geen hyperventilatie maar deze discussie ga ik niet meer aan. Ik ben meer dan genoeg gepsychologiseerd. Ik maak wel een afspraak met mijn eigen huisarts.’

Dan gaan we die discussie ook niet voeren’, zegt ze om het laatste woord te hebben.

Met tranen over mijn wangen loop ik naar buiten. Ik voel me vijf jaar terug in de tijd geworpen. Ik kan het huilen niet tegen houden en op de parkeerplaats bel ik een medepatiënte. Ik vertel en ze luistert. Ik word weer rustig. Daarna jank ik nog een klein potje tranen en ik denk bij mezelf: ‘Hier gaan we inderdaad niet meer naar toe terug.’

Ik bel daarna het Radboud over mijn afspraak in oktober. ‘Ja hoor mevrouw Jansen, u krijgt die dag longfoto’s en een hartfilmpje en we gaan bloedprikken.’

Naar adem happende ga ik rustig op de bank liggen. ‘Het komt goed.’