Q-koorts

MoediQ

Vanmorgen was ik bezig te schrijven voor mijn maandelijks blog voor UWV perspectief. Het thema is ‘moed’.

Ik begon mijn blog met: Vanaf dat ik chronisch ziek ben geworden leerde ik te beschikken over een behoorlijke portie moed. Ik heb te maken gekregen met kritiek, vooroordelen, vragen, ongeloof, opmerkingen, afwijzing, acceptatie en nog veel meer. Dat alles kon ik alleen maar doorstaan met een hoge dosis moed. Daarentegen kan de moed mij ook behoorlijk in de schoenen zakken.

Ik kwam even niet verder met schrijven en ik besloot om eerst maar even naar de supermarkt te gaan. De aandacht ergens anders leggen geeft vaak nieuwe inspiratie. Terwijl ik mijn voordeur achter me sloot stapte tegelijkertijd bij mijn buurvrouw de wijkverpleegkundige de deur uit. Over de smalle galerij stapte ze kordaat achter mij aan richting de lift en het trappenhuis. Ik loop niet zo hard dus ze kwam met haar tempo aardig in mijn aura terecht, zich niet bewust zijnde van het effect. Ik ga daar niet meer sneller door lopen, net als bij bumperklevers ga ik dan juist even op de rem. Vol moed bleef ik in mijn kracht, of althans, wat er voor door moet gaan.

Nadat we bij de ruimte waar de lift en het trappenhuis zich bevinden aankwamen en ik op de knop drukte om de lift naar boven te halen bitste ze: “Ga met de trap, dat is gezond.” Haar blik richtte zich op mij en ze bekeek me in een flits van top tot teen en weg was ze.

Ik ben doorgaans goed gebekt, vooral in vertrouwd gezelschap maar met de chronisch zieke jaren die verstrijken ben ik me er steeds meer van bewust van mijn kwetsbaarheid. Ik heb geen muur meer om me te wapenen tegen zulk geweld.

Dit soort momenten vragen om moed. Moed om haar niet na te roepen met alles wat er op een te laat moment door mijn hoofd schiet:

“Wat weet je over mij? Waarom voel ik me veroordeeld door jou? Als ik gezond was van lijf zou ik hele dagen van blijdschap de trap op en af rennen. Wie denk je wel niet dat je bent om mij aan te spreken over gezondheid, alleen omdat je een wijkverpleegkundige bent. Mijn kalenderleeftijd is 44 maar mijn lichamelijke leeftijd is 94, net zo oud als de vrouw waar je net bent geweest. Ik ben blij dat hier een lift is anders had ik verplicht moeten verhuizen.”

En zo schoten mij nog veel meer opmerkingen te binnen maar ik zweeg. En dat vergt moed. Mijn stiefvader zegt altijd: “Soms ben je de meeste door de minste te zijn.” De moed opbrengen om te zwijgen. Dat heb ik wel geleerd in al die jaren. Vol goede moed deed ik mijn boodschappen en dankbaar voor mijn lift kwam ik weer thuis.

https://www.morgensterkaarten.nl/

…Moed is de bereidheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid, angst en intimidatie aan te gaan en te doorstaan. Het is een van de vier kardinale deugden, een psychologisch kenmerk en een karaktertrek. Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen lichamelijke moed en morele moed…

…Moed is het tegendeel van lafheid, maar ook van luiheid of zwakheid…

…Moed is nodig waar kennis, wijsheid en geloof ontoereikend zijn geworden. Het is de kennis van de dingen die te vrezen zijn, voorbij de kennis, en van de dingen die het niet zijn (zie o.a. Plato)…

…Moed is individueel en persoonlijk. Het is geen geweten maar een besluit, geen mening maar een daad. Moed wordt soms een zaak van wils- of geestkracht genoemd, streven blij te zijn en wel te doen tegenover de hindernissen, die talloos zijn (zie o.a. Spinoza)…

…Wie vecht met de moed der wanhoop, doet dat uit woede of haat, omdat het moet, omdat het tegenovergestelde lafheid zou zijn, omwille van de schoonheid en het ethische….

(bron: Wikipedia)