UWV Perspectief

Plannen

Plannen. Hoe vaak heb ik ze gemaakt en hoe vaak bleef het daarbij. Te vaak. Om plannen te maken heb ik een goede planning nodig. Die begint al vooraf met vragen als: Hoe laat ga ik weg, hoe laat ben ik terug, kan ik zitten, moet ik staan en zo ja hoe lang dan, hoe ver is het rijden, is het overdag of ’s avonds, zijn er veel mensen, wat vraagt het van me en welke energie levert het me op?

Omdat ik niet altijd antwoord heb of krijg op deze vragen, vallen veel plannen in duigen. Ik voel me soms net een manager. De Q-koorts en mijn kapotte rug zijn het opstandige personeel die ik dien aan te sturen.

In veel dingen ben ik handig geworden, maar planning en het maken van plannen blijft een dingetje. Ik kan niet vooruit kijken. Dus als ik op maandag een afspraak voor vrijdag maak kan het best zijn dat ik die moet afzeggen. Of ik zeg niet af en achteraf wreekt mijn lijf zich.

Zo vaak heb ik geprobeerd een oplossing te zoeken voor een dagbesteding. 2 uur als vrijwilliger in de bibliotheek resulteerde in 3 weken bedrust. Als ik wil fotograferen kan ik niet door mijn hurken. Ik kan niet lang staan, maar ook niet lang lopen. Om nog maar te zwijgen van het gewicht van de camera om mijn nek en het lang vasthouden daarvan. Schrijven kan ik wel, en dat ben ik gaan doen. Met veel passie en plezier.

Toch blijf ik plannen maken. Met vallen en opstaan. In dit geval letterlijk en figuurlijk. Ik zie mijn plannen niet als mislukt maar als mogelijkheden. Om contact te houden met de buitenwereld, voor de afleiding maar vooral: om de moed niet op te geven!

https://perspectief.uwv.nl/artikelen/leven-met-q-koorts-veel-plannen-vallen-duigen