Q-koorts

Q-Hartje

Gisteren had ik een vriendin aan de telefoon. “Ja”, zegt ze, “ik vind het altijd zo lastig om mijzelf een houding te geven.” Ik zei: “Hoe bedoel je?” “Nou”, zegt ze, “als je dan een keer op een feestje bent of op een verjaardag dan zeggen mensen vaak: “Fijn om te zien dat het goed met je gaat”, of erger nog, “het gaat goed met je hè?” Maar het gaat dan helemaal niet goed, ik ben dan gewoon blij dat ik eens de deur uit ben en ergens anders aan kan denken. Snap je?” Ja, ik snap het. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik moet bewijzen dat ik ziek ben. Ik herken het wel, dat houding geven. Hoe moet je je gedragen? Doe je te leuk dan is het niet goed, doe je niet leuk is het ook niet goed. Dat ‘goed gaan’ is een zeer rekbaar begrip want het gaat dan misschien helemaal niet goed en ik ben ook niet ineens beter. En dan zijn er mensen die zeggen: “Daar moet je maling aan hebben.” Als het zo makkelijk was had ik dat allang gedaan 🙂 Het instort moment bewaar ik vaak tot ik thuiskom (indien ik buiten de deur ben geweest). Totdat ik teveel instort momenten bewaar en dan ga ik ongeacht waar ik ben, gewoon onderuit. Letterlijk of figuurlijk. De meeste mensen zien mij alleen wanneer het “goed” gaat (of ik mijzelf heel goed voor kan doen). De enige die de echt slechte momenten ziet is mijn vriend. En de vriendin die ik aan de telefoon had heb ik 1 keer gebeld op een slecht moment (terwijl we elkaar al 30 jaar kennen en ik mij bij haar nergens voor hoef te schamen). Voor mij is het altijd de strijd van: Ik wil niet laten zien dat ik ziek ben (lees: de slechte en minder goede momenten) en ik hoop dat je ziet dat het nu niet goed met mij gaat. Om mijzelf maar een houding te geven 😉


Note:
De vriendin die ik aan de telefoon had is sinds gisteren een Facebook groep gestart omdat ze graag in contact komt met VOLWASSENEN die een transpositie van de grote vaten hebben.
Volwassenen met een Transpositie van de Grote Vaten