Q-koorts

Q koorts

Q koorts hier, Q koorts daar, tegenwoordig is het overal (lees==> goed nieuws). Nieuwsberichten vliegen om de oren, op feestjes en partijen is het fijn dat men kan zeggen: “Ik heb laatst iemand ontmoet die ook Q koorts heeft.” En de grote vijftienduizend euro zorgt ook voor een goed gesprek hier en daar (lees==> ironisch bedoeld).

Maar waar anderen het nieuws op de tv uit kunnen zetten, de krant dicht kunnen slaan en zeggen: ‘Oh wat erg’, hun social media verder scrollen, wil ik die Q koorts ook wel eens uitzetten. Ik heb er soms genoeg van. Klaar mee. Weg Q.

En dat gaat niet. Ik kan mijn Q niet weg doen. Ook al sla ik de krant dicht, zet ik de tv uit, ban ik social media uit, Q koorts blijft. Straks, als niemand het er meer over heeft is het er ook nog steeds. En wie weet over hoeveel jaren ook nog.

Ik beken. Soms ben ik het zat. Dan lees ik weer ‘slachtoffer’ en dan ga ik hoofdschuddend door het huis. Ik voel mij geen slachtoffer. Ik ken ook geen enkele andere ziekte waarin mensen zeggen dat ze slachtoffer zijn. Net zoals ik ook nooit zeg: “Ik heb QVS.” Ik zeg: “Ik heb Q koorts”, en als het gewenst is dan leg ik het wel uit. Anders niet.

Ik ben geen Q koorts slachtoffer.

Ik ben ‘slachtoffer’ van de politieke keuzes die er destijds zijn gemaakt, slachtoffer van boeren die niet enten om wat voor reden dan ook, slachtoffer van artsen die niet erkennen, geen diagnose willen geven of een gedragstherapie opdringen, mijn gemeente die geen beweegprogramma vergoed enzovoorts enzovoorts. Slachtoffer van de gevolgen van Q koorts.

Ik eet rustig geitenkaas en ben dol op lammetjes maar bij elke wei vraag ik mij af: “Zouden ze ge-ent zijn?” Als mensen in mijn omgeving tobben met vermoeidheid wil ik ze mijn advies opdringen om zich te laten testen op Q koorts want het is nog niet over, het is nog niet voorbij.

En zo worden we als een mak schaap naar de slachtbank geduwd.