Q-koorts

Qroon

Foto door Luis Ruiz via Pexels

Niet meer knuffelen, niet meer handenschuddend, niet meer dicht bij elkaar komen. Alles ontsmetten, kapotte handen van het wassen. Want er is een virus. Een bolletje in de vorm van een kroontje, onzichtbaar, overdraagbaar via dat wat we het meeste nodig hebben, lijfelijk contact.

Maar als ik je zou vertellen dat er nog een ander kroontje is, wat ook jaren rondzweefde, wat zich verstopt en zich voor dood kan houden maar zo ineens tot leven kan komen. Een bolletje waar je ziek van wordt als je het inademt. Gewoon buiten. Tijdens het handen schudden, knuffelen of gezellig samen zijn op een terras, de sportschool of tijdens je wandeling langs de dijken, de boerderijen. Gewoon de lucht. Stel dat je nu geen lucht meer mag inademen want dan wordt je ziek. Je komt in het ziekenhuis met een longontsteking of erger, je overleeft maar houdt een levende bacterie in je lijf die als een handgranaat zonder pin wacht op de ontploffing, je kan nooit meer werken en hebt altijd griep. Jarenlang.

Wat dan? Maar wat als dat is wat er tien jaar geleden gebeurde. Nog steeds zweeft dat flubbertje door de lucht. De lucht die jij en ik inademen. Maar toen was er geen lockdown. We mochten nog steeds onze wandelingen maken langs de geiten en schapen, konden niet verhuizen omdat we te dicht bij een besmet gebied woonde, van Limburg tot aan Friesland ademde we lucht die besmet was met een kleine terrorist. Niemand werd gewaarschuwd, we bleven buiten fietsen, naar lammetjesdagen gaan, met het raampje open rijden, werken, gingen er schoolklassen op bezoek bij besmette bedrijven. Bleef iedereen lucht inademen die vuil was.

Toen was het ‘maar een griepje’, toen zou iedereen gewoon genezen, toen was er geen social media, geen persconferenties, geen maatregelen, geen compensatie voor mensen die hun bedrijf kwijtraakte, hun werk, hun leven. Er waren wel doden. En ernstig zieke mensen. En pijn. Jarenlange pijn. Screening (testen) en diagnose zijn nog steeds een jarenlang gevecht. Hoe vaak ontmoet ik mensen die me vragen wat ik heb en of zij dat ook kunnen hebben omdat ze zich herkennen. Maar de deuren van de zorg zijn potdicht. De Q is een moeilijke letter in het alfabet.

Wij werden ziek van het inademen van lucht. Ja, diezelfde lucht die we nu nog inademen. Jij ook. Want we moeten door met ademhalen anders stikken we. Onze epidemie duurde ook een aantal jaar. Nog steeds worden er mensen ziek. Van lucht…waar een onzichtbaar duiveltje in zit die je zo ziek kan maken dat je soms van voren niet meer weet dat je van achteren nog leeft.

Men is verbaasd dat ze lezen dat pan- en epidemieën jaren kunnen duren. En in al het nieuws blijft de letter Q een hele moeilijke…roepende in een woestijn, schreeuwen, gillen we, met onze Q-koorts, en wisten wij al weken eerder wat dit zou worden en hebben we nog steeds een vooruitziende blik in wat er nog gaat komen. Niemand luistert, niemand die ons hoort…

Mirelle Brik (45, moeder, QVS /Herseninfarct als gevolg van Q-koorts) schrijft:

TenenQrommend

Het is voor méér dan menigeen verschrikkelijk wat er nu gaande is!
Ik zie mensen spartelen, zoeken, paniekeren.

Ik zie inkomstenverlies, wanhoop, creativiteit, succes en teloorgang.
Alles tegelijkertijd.

En ik zie mezelf.

Ik zie mijn mede Q’tjes die jaren hard gewerkt hebben, die huizen hadden, een carrière!
Dat alles is ons tien jaar geleden al afgenomen door een zoönose.
De geitenboeren flink gecompenseerd, wij mogen het doen met een aalmoes want werken lukt nog steeds niet….
Geen huis, geen pensioen, schulden en het eeuwige gevecht om uit de bijstand te blijven.

Nederland heeft al eens met dit bijltje gehakt.
Ik en meer met mij zijn nooit gestopt met vechten en zullen dat ook nooit doen!
Wij kennen de klappen èn zijn nog steeds ernstig ziek.
Toch blijven we staan!

Een mens kan heel veel, en gelukkig de regering tegenwoordig ook.
Maar zolang je gezond bent en blijft!
Anders wordt het tenenQrommend…