Q-koorts

Quant-à-moi

Foto door Tim Gouw via Pexels

Wat mij betreft is het allemaal Q. Het dagelijks leven bestaat uit de dag doorkomen. Dagenlang heb ik zuchtend doorgebracht op de bank waar ik ‘s morgens neerstreek en ‘s avonds nog in dezelfde houding zat cq lag en ik kwam er niet uit. Waar ik precies niet uitkwam wist ik overigens ook niet. En vanmorgen viel het kwartje. Gezonde mensen kunnen ad hoc hun normale leven weer oppakken, gaan sporten, werken of wat ze dan ook doen.

De afgelopen weken zijn velen van ons lichamelijk behoorlijk teruggevallen. Sommige (vooral buitenstaanders uiteraard) zeggen dat het door stress komt vanwege de COVID toestand. Easy does it…maar zo makkelijk zit het niet. Ongetwijfeld zal het meespelen maar ik hoef jullie niet uit te leggen dat wij ‘gewoon’ Q-koorts hebben en dat de basis is van terugvallen. Je kan net zo goed de regen of vochtig weer de schuld geven, de volle maan, de stand van de planeten, het maakt niet uit (al spelen weersomstandigheden wel een rol) maar uiteindelijk staat aan de basis een bacterie die ons lijf in oorlogsstand zet.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik met enige jaloezie kijk naar mensen die nu gelijk een figuurlijk sprintje kunnen trekken nu de maatregelen steeds meer en sneller versoepelt worden. Het is een gezonde jaloezie hoor, geen valse. Waar een ander op vakantie kan gaan heb ik mijn grote droom, Schotland, geannuleerd. Het bewegen oppakken gaat moeizaam tot niet. Het lijkt wel of alles wat ik voor COVID deed en had opgebouwd in een zwart gat is verdwenen, opgelost, onvindbaar. Zelfs mijn truQjes werken niet meer.

En het gekste is, ik heb ook totaal geen energie om er opnieuw aan te beginnen. En dat botst. Het geeft rust en onrust. De rust in: “Ik vind het allemaal wel even best zo.” En de onrust zegt: “Ja maar….” Ergens zit ik, weliswaar zonder depressie, ook opgezogen in een zwart gat. Ik zie geen mogelijkheden.

Toch zijn er wel lichtpuntjes. Afgelopen week waren er twee mensen een enorm beeld ingewikkeld in een doek aan het sjouwen. Ik vroeg netjes of ik samen met ze in de lift mocht gezien de lange afstandsregel. Dat mocht. Het doek verschoof met het sjouwen wat opzij en er kwam een lieflijk gezicht tevoorschijn. De vrouw in de lift en ik keken elkaar aan en ik zei: “Ik krijg kippenvel van jou beeld, ik raak gewoon geëmotioneerd ervan.” Ze trok voorzichtig het doek wat verder opzij en er kwam een prachtig engelenbeeld tevoorschijn. Het was zo bizar want het leek wel licht te geven. De vrouw keek me nog eens aan en zei: “Dit is dan jouw cadeautje voor vandaag.”

Ik hoefde die dag minder te zuchten en steunen.