ZENUWPIJN.

21. Mijn lief OPSTAAN

Foto door lilartsy via Pexels

‘OPSTAAN’

‘Goed, slecht – dat zijn termen die je hier niet kunt hanteren. Niet tegenstribbelen en met de stroom meegaan – daar draait het om. Dan drijft wat boven hoort naar boven en zakt wat beneden hoort naar beneden. Wanneer je boven hoort, zoek je de hoogste toren en klim je naar de top. Wanneer je beneden hoort, zoek je de diepste put en klim je naar de bodem. Wanneer er geen stroom is, wacht je, roerloos. Als je tegen de stroom ingaat, droogt alles op. Als alles opdroogt, hult de wereld zich in duisternis.

Wanneer je je Zelf opgeeft, vind je het weer terug.’

‘Het valt niet mee om te wachten tot de stroom komt. Maar wanneer je moet wachten, moet je wachten. In de tussentijd denk je maar dat je dood bent, dat helpt.’

‘Precies,’ zei hij. ‘ ‘‘Juist door dood te gaan/ kom je weer boven water.”

Uit: De opwindvogelkronieken – Haruki Murakami

Lief,

Alle voorgaande hoofdstukken zijn tot ongeveer 2015. Een jaar voordat wij een relatie zouden krijgen. Soms denk ik wel eens: ‘Wat denk jij allemaal als je dit leest?’ Sowieso vraag ik me af of het niet allemaal te zwaar is, te veel, of het wel leesbaar is, of ik hier goed aan doe, of mensen ook wel de humor erdoorheen lezen. Elke week ben ik weer onzeker over wat ik plaats maar de drang om de misstanden in de zorg naar buiten te brengen is groter dan mijn onzekerheid.

Wij zijn nu een aantal jaren samen. Het is niet dat we een precieze datum hebben maar ergens onderweg hadden we een relatie. Ik denk dat je geen idee hebt welke rol jij speelt in dit verhaal. Ergens onderweg ben je aangehaakt en vind je je weg. De afgelopen vijf jaar zijn voor jou niet altijd makkelijk geweest want hoe ga je om met een vriendin met wat losse draadjes? Ik weet nog dat je me voor ging stellen aan je vrienden en dat je vroeg: ‘Wat zeggen we als ze vragen wat jij voor werk doet?’

Zo nuchter en direct als ik ben was mijn antwoord: ‘Gewoon, zoals het is, ik ben afgekeurd.’ Achteraf walste ik best wel over je heen want je viel rechtstreeks in mijn proces en egoïstisch als ik kan zijn zag ik op dat moment niet dat jij nog wat moest inhalen. Ooit vroeg een mede Q aan jou: ‘Hoe is dat voor jou André?’ Je antwoorde eerlijk dat het soms best moeilijk is.

Ergens onderweg verbrak ik onze relatie. Dat was de beste beslissing ooit. Doordat het ‘uit’ was werden we opener naar elkaar. We zaten in een relatie kramp en die was er nu af. De druk was van de ketel en we werden beide rustiger. Je vroeg of we contact konden houden. Ik had geen reden om geen contact te houden dus dat was oké.  Al na een paar weken was het duidelijk dat ik het wel uit had gemaakt maar dat het niet uit was dus zei ik op een goede dag: ‘Zullen we maar gewoon een relatie hebben want dit slaat nergens op zo.’

Uiteraard was jij het daar wel mee eens. Als er twee mensen naar elkaar toegegroeid zijn daarna zijn wij het. Liefde gaat vaak samen met pijn. Groeipijn. Ik geloof dat we onze relatiepubertijd inmiddels succesvol hebben overleefd.

Jouw rol in dit verhaal. Over deze zin heb ik veel nagedacht. Eigenlijk blijf je een beetje buiten Q-koorts. We zijn elkaars partner. En mijn Q is ondergeschikt lijkt wel. Net zoals de Q in het alfabet. Hij is er wel maar heeft geen grote rol. Hoe bijzonder is het dat jij dit kan. Alsof je alles volledig omarmt waardoor de zwaarte minder wordt. Je legt er geen nadruk op maar je onderschat het ook niet. Juist niet. Bij seizoen overgangen zoals nu naar de herfst, zeg je: ‘Daar kan mijn meisje niet tegen hè?’ Eigenlijk accepteer jij het meer dan ik. Daardoor leer ik van jou.

We houden veel privé. We spreiden onze relatie en hoe deze in elkaar zit niet zo ten toon. Waar ik hele verhalen publiceer, wat overigens niks zegt over ons echte leven, ben jij een meelezer. Mensen weten niet zo goed hoe het zit met ons. Ik zie en voel dat. Maar zo lang we op zaterdagavond racebanen bouwen lachen we samen toch iedereen uit?

Soms weet ik het zelf ook niet hoe het zit met ons. We hangen van gebreken aan elkaar. Net zoals menig ander stel. De ondertitel van mijn boek is: neervallen, opstaan, uithuilen, doorgaan. De eerste twintig hoofdstukken onder ‘neervallen’ zijn gepubliceerd. Ik ben nu bij de hoofdstukken ‘opstaan’ aangekomen. Eigenlijk is een (onze) (iedere) relatie ook zo. Steeds weer opstaan. Samen. De ene keer reik je mij de hand, de andere keer ik jou.

Wat ons verbindt is…ja, wat verbindt ons eigenlijk? Misschien wel onze verschillen want dat is het gebied waar we elkaar aanvullen. Ik bedoel…als je allebei van de kleur rood houdt, dan zit er altijd wel een nuanceverschil in welke kleur rood. Maar als jij van wit houdt en ik van zwart, dan kan je die twee combineren en zelf mengen. Zo zijn wij denk ik.

En nu ben ik bij de fase ‘opstaan’ aangekomen. Niet alleen in het schrijven. Als het goed is weet je al dat de reden dat ik alle hoofdstukken aan jou schrijf, een diepere of dubbele reden /uitleg heeft. ‘Toevalligerwijs’ zijn wij ook in een opstaan fase. De synchroniciteit van het Universum.

In onze eerste jaren moest ik weer leren vertrouwen. Jij kende mij nog uit mijn werktijd. En nu was ik nog minder dan een schaduw van de vrouw die ik toen was. In dat jaar voordat wij een relatie zouden krijgen ging ik met een hernia naar de huisarts en kwam ik er bij psychiatrie weer uit. En nadat ik uit de hel ontsnapt was kwam jij op mijn pad. En dat zag er niet fraai uit.

ZENUWPIJN.

9.3 SOLK (deel 3)

Foto door RODNAE Productions via Pexels

Telkens als ik er met mijn nuchtere verstand naar keek werd het steeds vreemder. Ik kreeg zelfs op een gegeven moment een MoodGym training. Een soort van digitale cognitieve therapie. Op dat moment was ik al lang gestopt met tegenspreken en vertelde braaf dat het heel veel inzicht gaf. Ik vertelde niet dat het mij inzicht gaf dat het totale onzin is en dat de MoodGym dat bevestigde. En omdat ze allang blij waren dat ik zogenaamd “om” was er bij hun ook totaal geen vermoeden dat het onderhand een spelletje werd.

Het vreemde was dat ik op dat moment een soort van uit mijzelf trad. Een diep geloof wist dat er geen psychische oorzaak was en toch brak ik een stukje. In mijn eentje was ik niet langer opgewassen tegen dit geweld.

In de eerste periode bij de praktijkondersteuner dienen zich ook nog andere zaken aan. Uit het niets begon mijn omgeving zich ook als arts voor te doen. Iedereen wist wel zo’n beetje wat ik mankeerde of kende wel iemand die mij kon helpen. Ik zou diabetes hebben, MS (wat ik zelf wel even heb gedacht overigens), iemand belde dat ‘ie met een wichelroede mijn energie kon meten. Nou, ik kon zo wel vertellen dat deze laag is, daar had ik geen stokje voor nodig.

Allerlei andere mensen dienden zich aan, spraken over mijn innerlijke CEO, innerlijk kind (ja, wat is het nou? CEO of kind? Beide kan niet toch?) wilde op mijn lijf kloppen met EFT, ik moest stoppen met roken, ik moest mediteren, stiltewandelingen maken (alsof 24/7 alleen thuis zitten al niet stil genoeg is), op mijn adem letten, gaan bewegen, niet gaan bewegen, naar de natuurdokter á weet ik veel hoeveel euro per consult, raw food gaan eten, op een andere manier mijn voedingspatroon aanpassen want zuivel is echt uit den boze werd er vermeld, iedereen kende wel iemand die mij kon helpen. Ik werd daar gek van. Ik was inmiddels in een kwetsbare positie en het voelde alsof iedereen met een schimmige praktijk daar gebruik van wilde maken.

Ik geloof in dokters met witte jassen en die gaan mij vertellen wat er is en belangrijker, hoe het opgelost kan worden en niemand anders. En zeker geen kwakzalvers. Met alle respect maar als je een tantra goeroe bent en je massage op mij wil toepassen omdat je denkt dat ik daar beter van word dan word ik daar heel bang van. Ik vind dat soort mensen eng. Heel eng. En massage helpt niet bij een hernia maar dat heb ik maar niet gezegd. En zolang je niet weet wat er zich IN het lijf afspeelt moet je niet gaan prutsen.

“Maar je bent daarmee zo hard voor jezelf”, zeiden die mensen dan. “Of realistisch”, dacht ik. Als je mij echt zou kennen zou je weten dat ik niet hard ben maar juist heel liefdevol, gevoelig en zacht. Dat ik graag voor anderen klaar sta en heel zorgzaam ben. Een stoeptegel is hard, vooral als je die tegen je hoofd krijgt maar ik ben niet hard. Het feit dat mensen dat zomaar zeggen raakt me en ik vraag me dan af wie er hard is, ik of degene die ongefundeerd mij denkt te analyseren en daarbij ook nog de vrijheid neemt om van alles uit te kramen, recht in mijn gezicht, zonder blikken of blozen.

Op een gegeven moment kreeg ik van de praktijkondersteuner een opdracht. Ik was in een onbewaakt ogenblik vergeten om tactisch en weloverwogen te vertellen, erg op mijn qui-vive te zijn. Zo kwam ter sprake dat de laatste paar jaren ook wel een beetje veel waren geweest. In zijn laatste poging mij te breken en te overtuigen vraagt hij of ik in één A4-tje een gebeurtenis wil opschrijven. Eenmaal thuis maak ik een lijstje met alle gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar waarover ik zou willen en kunnen schrijven.

Ik sprak hierover met Pa. Hij had aardig wat van al deze gesprekken meegekregen en omdat er nog geen verklaring voor al mijn klachten was wist hij het ook niet meer. Hij ging niet mee in de strijd tegen de huisarts maar was er voor mij, liet mij altijd praten. Ging met elke afspraak mee. Als ik wilde dat hij mee de spreekkamer inging deed hij dat. Wilde ik dat niet dan deed Pa dat niet.

Ik neem mijn, hoe ik het zelf noem 10 jaren lijstje, mee naar de praktijkondersteuner. Opgevouwen, alsof het niet bloot mag liggen. Met trillende handen zit ik in de wachtkamer. Wanneer ik word geroepen en zijn spreekkamer binnenkom ga ik zitten en zwijgend leg ik mijn opgevouwen A4tje neer.

Hij vouwt het open, kijkt ernaar en het is lang stil. Mijn hart klopt in mijn keel. Dit is mijn kwetsbare kant. Door de stilte zie ik ook de kwetsbaarheid van de praktijkondersteuner. Ik heb me nooit gerealiseerd, althans niet bewust, wat er allemaal gebeurd is. Mijn leven is ergens onderweg in elkaar gestort. In slow motion. Soms zie je van die beelden op tv waarbij ze filmen dat een gebouw wordt opgeblazen en dat spelen ze in slow motion af. Zo voelt het voor mij ook. Mijn leven is geïmplodeerd. Terwijl de praktijkondersteuner nog steeds zwijgend naar dit briefje kijkt vertel ik dit aan hem.

Na lang zwijgen zegt de praktijkondersteuner: ‘Dit is 10 jaar verlies.’ Tien jaar samengevat in een zin. Tien jaar verlies. Ik schrik ervan en ik weet dat het waar is. Dit heeft niks meer met onze strijd te maken en met de vraag of mijn fysieke klachten psychisch zijn of niet. Hoe ben ik al die jaren doorgedenderd? Hoe heb ik dit overleefd?

Sommige dingen overkomen je in het leven maar hoe krijg ik de grip op mijn leven weer terug. De eerste mentale barst is een feit. Het is alsof ik daadwerkelijk iets voel scheuren in mijzelf. Niet in mijn lijf maar op een dieper niveau. Noem het ziel, noem het geest, noem het wat je wilt maar vanbinnen breekt er een stuk.

Tegelijkertijd realiseerde ik me dat wanneer de buitenwereld, in mijn geval de huisarts en de praktijkondersteuner, maar lang genoeg iets tegen je zeggen dat je het uiteindelijk bijna gaat geloven. Bijna. Ondanks dit inzicht, wat als een mokerslag binnen is gekomen voel ik geen relatie tussen mijn lijf en mijn tienjarenlijstje.

‘Dit is ook een soort van zenuwpijn’ denk ik bij mezelf. Maar dan één die door alles heen gaat.

Ondanks deze realisatie voel ik in dat dit twee verschillende sporen zijn. Mijn kapotte lijf en mijn 10 jaren lijstje. Waarom kon ik niet verklaren. Ik spreek het uit en de praktijkondersteuner zegt: ‘We gaan een driegesprek voor je aanvragen bij de huisarts. Jij, ik en hij.’

Oké, dacht ik, dus als je in hun straatje meepraat krijg je wat je wil?

ZENUWPIJN.

9.2 SOLK (deel 2)

Foto door cottonbro via Pexels

Met de praktijkondersteuner hebben door de tijd heen een aantal gesprekken plaats gevonden. Al met al ruim een jaar. Eerst wekelijks, daarna maandelijks (alsof 1 keer per maand een half uur langskomen helpt, volgens mij haal je dan je eigen theorie, dat mijn klachten psychisch ofwel psychosomatisch zouden zijn) onderuit want iemand met psychische problemen help je niet in 30 minuten per maand).

Ik weiger te geloven dat mijn pijn en vermoeidheid vanuit de psyche ontstaan. Hij kan mij niet overtuigen dus we belanden in een soort van patstelling waarbij het de vraag is wie er het eerst gaat toegeven. Hij weet nog niet dat als het moet ik heel veel geduld heb. Ik heb het gevoel dat er naar iets wordt gezocht om mij maar koest te houden.

Ik hou van filosoferen en ik zet mijn ongeloof graag bij met stellingen. Bijvoorbeeld: als je reïncarneert is de theorie dat je lichaam sterft maar je ziel gaat verder. Dat betekent dus dat lichaam en ziel twee aparte dingen zijn. Anders zou je ziel ook sterven als je lichaam sterft. Dus hoe zit dat met je hoofd en lijf en ziek worden? Ik heb altijd het idee dat de wetenschap maar iets verzint aangaande relatie tussen lichaam en geest. Omdat de meerderheid daarin geloofd (en ik niet) moet er alles aan gedaan worden om mij te overtuigen. Het is een soort van hype en na een aantal jaar is er weer iemand die een nieuwe theorie bedenkt. Ik krijg te horen dat ik niet zo zwart wit moet denken.

Leg maar eens uit dat pijn zo overweldigend kan zijn dat denken niet eens meer mogelijk is. Maar daar wil de praktijkondersteuner het niet over hebben. Over zwart wit gesproken.

Een paar jaar geleden moest je na een herniaoperatie veel rusten en kreeg je zes weken bedrust. Inmiddels meent men dat je veel moet lopen en bewegen. En zo wisselt de medici net zo snel van mening als ik stellig aan mijn mening vasthou. Ik geloof er gewoon niet in. En dat is mijn goed recht vind ik. Ik onderbouw dat ook graag naar de medici. Net zoals de theorie van ‘gedachten bepalen hoe je je voelt’. Ook zo’n apart iets. Ik heb al gezegd, over tien jaar komen jullie daar weer op terug en is het wat anders omdat dan een nieuwe bobo is opgestaan met een zogenaamde oude wijsheid. Intentie is wat geldt, niet wat je denkt. Intentie vanuit integriteit.

Als ik eenzaam ben en ik ga denken dat het niet zo is dan gaat die eenzaamheid nog steeds niet weg. Al denk ik mij suf. Mijn mening is dat leren erkennen, accepteren, nee, aanvaarden en ermee omgaan een logischere weg is als het gaat om dit voorbeeld. Maar men wil mij wel helpen met anders denken, niet met het oplossen van eenzaamheid. Vervolgens zucht de praktijkondersteuner omdat de manier waarop ik de kracht van gedachten vertaal niet correct is; volgens hem dan.

Nu wordt deze opstandigheid en het verkondigen van mijn eigen mening en overtuiging niet op prijs gesteld. “Je bent een betweter”, zegt de huisarts een keer tijdens een consult tussen de afspraken van de praktijkondersteuner door. “Als ik iets mag vinden mag hij dat ook vinden”, denk ik dan. Dat ik het niet sjiek vind dat hij dat zegt hou ik nog even voor me.

Ik word geacht aan te nemen wat de dokters zeggen. Want zij weten het beter. Na een aantal gesprekken merk ik dat mijn weerstand minder wordt. De eerste twijfel komt opzetten. Ik dacht: “Als ik nou eens meega in zijn theorie, misschien levert het wat op. Stel dat hij gelijk heeft. Stel. Dan kan ik ook van mijn pijn afkomen.” Eens kijken wat er gebeurt. We komen anders niet verder. Van buiten met de stroom meegaan maar innerlijk trouw blijven aan jezelf.

Als hij een goeie psychedokter is heeft ‘ie door dat mijn overstag gaan niet echt is. Het wordt voor mij een test. Want als hun theorie klopt en ik ga daarin mee zouden ook mijn pijnklachten af moeten nemen. Toch? Dat is toch wat ze zeggen?

Achteraf stom dat ik dat heb gedaan want later kreeg ik keihard op mijn bordje dat ik dus verschillende dingen vertel. Dat ik eerst niet geloof dat het psychisch is, dan wel, dan weer niet. Tja, zo kan het ook. Alles wat je zegt kan en zal tegen je gebruikt worden. En mijn klachten werden trouwens niet minder. Het zou nog ruim een jaar duren voordat ik daarvan af zou komen. Tijdelijk.

Vaak sprak ik met vrienden hierover. Zij kennen mij goed en begrepen er soms niks van. Hadden dezelfde vragen als ik en waren verontwaardigd over de gang van zaken. Dat heeft mij gesterkt. Ik weet dat mijn vriendschappen eerlijk zijn en als zij in dezelfde lijn hadden gedacht als de huisarts en praktijkondersteuner hadden ze dat zeker tegen mij gezegd. Ik vond het zo raar dat iedereen achter mij stond behalve de artsen. Ik zei wel eens tijdens weer een of ander consult: “Ik zou al mijn vrienden wel mee willen nemen want ik weet niet meer hoe ik het uit moet leggen.”

De reactie was doorgaans: “We horen je wel maar je hebt zelf het gevoel dat je niet gehoord wordt.” Dan was ik weer uit het lood geslagen. Geloof me, op een gegeven moment weet je gewoon niet meer wat je moet zeggen want alles lijkt te worden verdraaid of lag aan mijzelf. Maar dat ik zo denk ligt ook aan mij want ze zeggen: “Wat je denkt is wat je voelt.” Ja, dan ben ik uitgeluld. Het leek wel hersenspoeling. ‘Hikkend van de slappe lach vertelde ik aan mijn beste vriendin: ‘Als je al niet koekoek bent dan wordt je door psychedokters wel gek gemaakt.’

ZENUWPIJN.

9. 1 SOLK (deel 1)

Foto door Tima Miroshnichenko via Pexels

Ik heb een eerste afspraak gemaakt met de praktijkondersteuner. Oftewel; een maatschappelijk werker verbonden aan de huisartsenpraktijk. Ik vind het spannend. Al met al is het een behoorlijk aantal jaren geleden dat ik een hulpverlener in deze sector heb bezocht. Ik zit er niet echt op te wachten maar ja…als het helpt om de huisarts ervan te overtuigen dat ik last heb van een scala aan jarenlange zogenaamde vage klachten en niet van mijn psyche ga ik er maar braaf heen.

De discussie met de huisarts hierover ontstond dat ik opperde dat ieder mens in zijn of haar leven wel eens een periode heeft waarin ‘dingen’ niet helemaal gaan zoals ze moeten gaan maar om daar nu weer op terug te komen leek me wat overdreven. Het is meer dan 15 jaar geleden, een hele andere levensfase, leeftijd, situatie, dat heeft echt geen enkele relatie met het feit dat ik NU bij de huisarts zit. Als je daardoor neerklapt moeten er meer mensen zijn die letterlijk neervallen. Ik ben er op dat moment van overtuigd dat de praktijkondersteuner dat ook wel ziet.

Ik ben een energieke vrouw die midden in het leven staat, verdriet uithuilt wanneer dat nodig is, door mijn omgeving wordt omschreven als krachtig, sterk, spontaan, open, hartelijk, communicatief, gevoelig, met een scherpe blik op het leven, positief, altijd vrolijk, nuchter en helder van geest. Dus ik voorzag alleen deze ene afspraak met meneer praktijkondersteuner waarin ik hem duidelijk zou maken dat ik hier eigenlijk niks te zoeken heb maar gewoon naar een dokter in een witte jas doorverwezen moet worden.

Dat dacht ik, want tenslotte heb ik een behoorlijk overzichtelijke blik op mijn leven en kan ik goed zaken onderscheiden. Dus neervallen met pijn en andere shit (die inmiddels al een aantal maanden slash jaren aanwezig is) die vervolgens afgedaan wordt als SOLK leek me wat overdreven en past totaal niet bij de persoon die ik ben.

De praktijkondersteuner dacht daar anders over. Een van de eerste vragen die ik kreeg was of ik wist wat psychosomatische klachten zijn. Termen als SOLK en ‘vage klachten’ vlogen weer voorbij.

Ik begreep gelijk hoe het stokje van de huisarts was overgedragen. ‘Zo werkt dat dus’, dacht ik nog. Zoals ik bij de huisarts meldde zei ik nu ook: dat de term vage klachten niet zo leuk zijn om te horen want voor mij zijn de klachten niet vaag maar dagelijkse realiteit en ik kan ze mijns inziens vrij goed ont-vagen. Ik probeerde voor de zoveelste keer te vertellen dat de klachten voor mij niet ‘vaag‘ zijn maar heel echt en beperkend in het dagelijks leven alleen kreeg ik het gevoel dat dit niet de bedoeling van het gesprek was. Ik werd een beetje bang van deze man dus ik dacht: ‘Laat ik maar zeggen dat ik het niet weet wat psychosomatische klachten zijn want hij wil het volgens mij heel graag uitleggen.’

De blik van de praktijkondersteuner, scherp en veroordelend heeft mij snel het zwijgen opgelegd want zoals hij toen zei: “Je begrijpt het niet helemaal, ik zal het je nog een keer uitleggen.” In ieder geval was er met mijn mensenkennis dus niks mis.

In dat eerste gesprek vroeg hij naar mijn jeugd en ouders. Ik vertelde hem wat hoogtepunten. Ik was volgens hem een KOPP kind, met HSP (Hoog Sensitief Persoon) maar ik was niet depressief en dat wist hij na één sessie van een uur terwijl ik alleen maar vertelde wat mijn fysiek gevecht is en op zoek ben naar antwoorden. Ik vond het wel knap dat hij in een uur een ongefundeerde analyse kon maken maar ik dacht: ”Hij is ook een soort van dokter dus hij zal het wel weten.” Alleen jammer dat hij de liefde voor mijn ouders niet meegeteld heeft. Maar dat was loyaliteit volgens hem.

Ik kwam voor het een en ging naar buiten met twee plakkertjes op mijn hoofd die ik niet kon plaatsen. Waar ik voor kwam werd niet besproken. Ik kwam niet om een verleden te bespreken waar mensen bij zijn betrokken die nu niet bij dit gesprek zitten en datzelfde verleden gewoon prima is. Niet meer en niet minder. Ik ken mijzelf het beste dus ik dacht: “Ik geef hem gewoon antwoord, kunnen we daarna verder met de vraag wat ik hier eigenlijk doe en hoe ik van mijn pijn af kan komen.”

Ik ben dus een KOPP kind. Wat moet ik daarmee? Punt 1. Heb ik nog pijn in mijn been. Punt 2. Ik heb door de jaren heen een hele mooie weg gevonden in het contact met mijn ouders en dat ligt allemaal zo ver achter me. Ik leef in het nu en nu heb ik pijn, niet alleen maar in mijn been maar de afgelopen weken zijn mijn andere al jaren bestaande klachten ook weer in alle hevigheid aan het toenemen.

Ook leek het me handig om, nu ik er toch bij de psychedokter zat, te vertellen dat ik inmiddels al een tijd thuis zit en dat deze situatie mijn geest geen goed doet. Ik voel me eenzaam. Tenslotte is hij de psychedokter dus zal hij dat wel begrijpen. Wellicht kan hij met een oplossing komen want dat is wat praktijkondersteuners doen of mij anderzijds van advies voorzien. Hij begreep het niet of wilde het niet begrijpen.

Desalniettemin bleef hij terugkomen op de relatie tussen psyche en lichaam. “Er zijn mensen die in een rolstoel zitten vanwege psychische klachten”, vertelde hij om zijn ‘gelijk’ kracht bij te zetten. Ik dacht: “Ik zit niet in een rolstoel en ik ken die mensen niet, dan wil ik die wel eens ontmoeten.”

ZENUWPIJN.

8. Dit ga ik niet winnen

Een jaar, 12 maanden, 52 weken, 365 dagen. Vragen zonder antwoorden. In december 2012 ging ik voor het eerst naar de neuroloog. Die zei toen dat ik mij geen zorgen hoefde te maken. Dat is dan niet helemaal gelukt.

Er knaagt iets. Diep van binnen is er een stemmetje wat mij verteld dat ik niet alleen een hernia heb. Het lijkt wel, nu ik me eraan overgegeven heb, dat alle jaren van opgebouwde klachten heftiger zijn. Alsof er nu ruimte is voor mijn lijf om toe te geven aan haar gevoel. Ik heb ooit een quote gelezen: Luister naar het fluisteren van je lijf zodat het niet hoeft te schreeuwen.

Als ik wil weten wat er is moet ik een afspraak met de huisarts maken. Ik heb nu lang genoeg op bed gelegen en nagedacht. Het vroegere stigma van ‘kan het stress zijn’ afgewogen en daarmee de twijfel van tafel geveegd.

Ik vind de huisarts altijd een beetje arrogant overkomen met zijn te hippe kleding en passieve houding. Hij heeft iets over zich waardoor ik me klein voel, de blik is altijd wat neerbuigend. Je doet je verhaal daar maar het is dan net alsof hij je niet hoort. Alsof hij denkt: ‘Ja, ja. Het zal wel.’ Ik vertel de huisarts wat mijn eigen bevindingen zijn. Ondersteunt door mijn uitgeprinte spreadsheet. Ik laat mijn lijst zien van klachten en vraag of het mogelijk is om verder onderzoek te krijgen. Waarnaar er meer onderzoek moet komen weet ik niet maar heb stille hoop dat de huisarts daar met mij over wil sparren.

Daar zit ik dan mijn lief. Had ik je toen maar gekend. Hoe stoer ik alles nu schrijf, ik ging kapot van binnen. Waar ik voorheen een zelfverzekerde vrouw was, overviel mij nu iets heel anders. Eenzaamheid van binnen en onbegrip van buiten. Regelmatig vroegen mensen mij: ‘Weet je nu al wat er aan de hand is?’ Ik moest keer op keer uitleggen dat de medische wereld zo niet in elkaar zit zonder dat ik zelf begreep hoe deze wereld werkt. Ik belandde in een hele nieuw universum met eigen regels en wetten. Alsof iemand mij in een diepe put had gegooid. Hoe hard ik ook gilde, geen mens kon me horen. Ik werd onzeker, als mens en als vrouw. De dagen vulde zich langzaam met verdriet en pijn. Inmiddels ken jij dat stuk van mij. Ik miste mijn oude zelf. Die vrouw die elke dag goed gekleed, hakje, dasje, tasje in vol ornaat 40 uur werkte. Bij een feestje vooraan stond. Nu weet ik dat het grootste deel façade was, een lappendeken om 90% van mijn ware kern te verhullen. Als ik nu, anno 2021 weer eens make up op heb voel ik me gek genoeg niet mezelf. Jij kent beide kanten van mij lief. En het beste is nog dat je van beide evenveel houdt. Wonderlijk mens dat je bent.

Zo belandde ik dus zelfverzekerd met al mijn onzekerheden en mijn spreadsheet aan klachten bij de huisarts. Vastberaden om een doorverwijzing ergens naartoe binnen te harken. Ik vertelde dat op de dag dat ik ben gevallen, ik iets heb voelen verschuiven in mijn rug en een soort van ‘knoek’ hoorde. Dat ik al jaren vermoeid ben en liet de eerste melding in mijn medisch dossier zien. Ik sprak over de verkrampingen, spierpijnen en nog veel meer. Ik vond dat zo raar dat mijn benen niet als zenuwpijn voelen die volgens de neuroloog uit de rug zou komen. Tenslotte had ik eerder een hernia gehad en als je eenmaal weet wat zenuwpijn is vergeet je dat nooit meer. Dit voelde anders. De huisarts meent dat deze pijn precies past bij de hernia, het punt waarop de zenuw geprikkeld wordt. De neurologe zegt dit, de neurochirurg waar ik een second opinion had gehad zegt dat en toch, waarom kon ik ze niet geloven? Ik geloof de huisarts ook niet maar hij is de dokter, hij zal het wel weten.

Vanachter zijn computer scrollt hij wat door mijn dossier en stopt plotseling. Ik observeer hem nauwkeurig en denk: ‘Nu krijg ik antwoord!’ De huisarts kijkt mij met zijn meest serieuze blik aan, zet zijn ellebogen op het bureau waarbij hij zijn hoofd laat rusten in de kom van zijn handen en zegt: ‘Ik zie dat je in het verleden wel eens wat somber bent geweest? Heb je daarvoor toen hulp gehad? Misschien moet je eens gaan praten met de maatschappelijk werker hier, de praktijkondersteuner, die kan je goed helpen.’

Ik vind dat wat vreemd want wat heeft dat met de pijn in mijn been te maken? Ik ben niet somber. Ik kom met een lijst aan serieuze fysieke klachten die ik al jaren heb. Duidelijk ontstaan op een bepaald punt en nu ben ik ineens somber? Toen wel, dat klopt. Nu werk ik 40 uur, heb een goede, solide sociale kring (waarbij ik de meeste mensen al een heel leven ken, vermeld ik de huisarts terloops), en ik ga regelmatig ergens heen. Ik heb geen reden tot somberheid. De huisarts, inmiddels achterovergeleund in zijn stoel, hoort mijn verhaal aan. Ik zie dat mijn strijd verloren is. Dit ga ik niet winnen.

‘Ik zie ook dat je in het verleden anti depressiva hebt gehad, hielp dat toen?’, vervolgt hij zijn eigen verhaal. Ik verschuif wat op mijn stoel en ik begrijp niet waar dit vandaan komt. Ik ben neergevallen, dusdanig dat ik nu in de ziektewet ben beland en het mijn dagelijks functioneren beperkt. Mijn hersenen draaien op volle toeren. Hoe kan ik dit gesprek niet voeren? Het nadeel aan mijn karakter is dat ik in dit soort situaties implodeer. Mijn brein maakt kortsluiting en ik verstar waardoor ik niet meer kan reageren.

Ik vertel de huisarts nog net dat mijn pillenperiode 15 jaar geleden is, in 1999 en dat we nu in 2013 leven en ik nu pijn in mijn been heb en mij zorgen maak. De huisarts is onverbiddelijk. ‘Ik wil dat je eerst een afspraak met de praktijkondersteuner maakt.’ Omdat ik graag van de pijn af wil doe ik maar wat hij zegt.

De huisarts sluit af: ‘In het geval van vage klachten spreken we van SOLK, somatisch onvoldoende verklaarde klachten.’ Ik voel mezelf woedend worden. ‘Voor mij zijn de klachten niet vaag maar dagelijkse realiteit’, zeg ik. ‘Toch lijkt het me zinvol dat je eerst een afspraak maakt met de praktijkondersteuner.’

Ondanks dat ik van de pijn bijna niet kan lopen been ik woedend de praktijk uit en denk: ‘Dat je zelf de SOLK krijgt, ellendige etter dat je bent.’ Ik maak een afspraak bij de praktijkondersteuner, hoe sneller we hiervan af zijn hoe beter. Misschien kan de praktijkondersteuner zeggen dat alles oké is en mij terugverwijzen naar de huisarts. Tenslotte is hij ook een soort dokter en die weten dat meteen.