ZENUWPIJN.

30. Vraagteken

Foto door Sơn Bờm via Pexels

De weg naar mijn diagnose was lang, tien jaar. Ik heb wel eens met jou gesproken mijn lief over hoe belangrijk een diagnose is. Toen had ik de woorden nog niet. Jij luisterde en zei: ‘Snap ik.’ In mijn buien reageer ik dan wel eens met: ‘Ik weet niet of je het snapt.’ Daar heb ik dan achteraf spijt van. Inmiddels snap jij meer dan ik kan inschatten. Ook al heb ik geen woorden om het uit te leggen. Schrijven is anders dan praten. Ondertussen heb ik niet altijd in de gaten dat ook jij een label hebt: Partner van een Q-koorts patiënt.

Q-koorts, oftewel, Qut koorts (wie deze term heeft geïntroduceerd weet ik niet meer), waar al veel over gezegd èn geschreven is. ‘Oh ja, daar heb ik wel eens wat over in het nieuws gehoord, iets met een rechtszaak of zo, krijg jij dan ook geld?’, is (was) een vaak gehoorde opmerking. Iemand zei ooit tegen mij: ‘Je hebt toch de gekkenkoeienziekte?’

Na de ik-ben-op-zoek-naar-een-diagnose-jaren, de bijbehorende fases en persoonlijke processen, veel contact met mede chronisch zieken, niet per definitie Q-koortsig-en, is onbegrip, onwetendheid van de buitenwereld inmiddels in mijn schijnbare acceptatie opgenomen. Ik heb geleerd er met humor op te reageren. Soms. Is dat moeilijk? Ja, dat is strijd, boosheid, huilen, schreeuwen van ‘begrijp mij nou!’ Maar wie ben ik om een ander wat te verwijten. Als ik in de supermarkt loop zie ik dan aan anderen of ze al dan niet chronisch ziek zijn ja of nee?

De Q staat voor ‘Question’. Ook al ben ik jaren verder, die Question’s blijven. Vooral wanneer er weer een nieuwe vreemde onverklaarbare klacht op komt zetten als kakken en denkt: ‘Huh? Waar komt dat nou weer vandaan?’ Een rondje uitvragen en ja hoor, doorgaans komt de reactie: ‘Dat heb ik ook!’ Onze klachten evolueren ook. Maar als we dat aankaarten wordt tot op heden niet erkent dat dat nog steeds met Q te maken heeft. Her- en erkenning. Is dat niet gewoon een basisbehoefte? Gewoon als mens? En in mijn geval, als mens met een chronische ziekte?

Op het moment dat je wat mankeert wil je weten wat het is. Maar wat nou als je iets hebt wat niet standaard is? Wat lastiger te vinden is of misschien wel helemaal niet. Wat nou als alle alarmbellen in je lijf afgaan maar niemand hoort ze (of wil ze horen).

Q-koorts krijgen (dat klinkt alsof het een kadootje is) is 1 ding. Er zijn kinderen naar een uitje geweest op een boerderij waar men wist dat er Q-koorts heerste, er waren jongeren die stageliepen bij bedrijven waar bekend was dat er een Q-koorts uitbraak was, er waren Brabanders, Friezen, Twentenaren, Gelderlanders, Limburgers die buiten fietsten of liepen rond of dichtbij besmette bedrijven. Zoals ooit wordt uitgelegd: Je rijdt in je auto met het raampje open over de snelweg en hop, de bacterie zweeft zo naar binnen. Zoek dan maar eens uit waar je het hebt opgelopen.

In het huidige corona tijdperk wordt gepredikt dat we veel moeten blijven bewegen, dat dat je weerstand vergroot. Helaas is onze ervaring dat een virus of in ons geval een bacterie, daar echt geen rekening mee houdt. Juist de mensen die een heel actief leven leidde zijn besmet geraakt met de Q-koorts bacterie. En diezelfde mensen zijn in min of meerdere mate ernstig ziek geworden.

En nu? Veel mensen met Q-koorts gelijk ziek maar ook velen niet. Je gaat naar de huisarts. Maar voordat er aan Q-koorts gedacht wordt, dan ben je zo een paar jaar verder. Er bij Q-koorts niet snel een diagnose gesteld. Sterker nog, er wordt bijna nooit aan Q-koorts gedacht wanneer iemand met klachten bij de huisarts komt. En als de bacterie al gevonden wordt door een oplettend arts dan krijg je niet snel het QVS etiket. Een diagnose wordt onder andere bepaald door de richtlijnen. En door iets anders. Iets met een doofpot, het kunstmatig laaghouden van het aantal geregistreerde zieken (och, zei ik dat hardop?)

Er zijn in Q-koorts land twee mogelijke officiële diagnose varianten. Je hebt QVS of Chronische Q-koorts. Of je krijgt geen diagnose maar je hebt wel degelijk een Q-koorts infectie doorgemaakt. Dan noemen ze het een post Q-koorts klachten oftewel doorgemaakte Q-koorts of postinfectueuze klachten. What’s in a name…

In alle gevallen ben je besmet met de Q-koorts bacterie. In alle gevallen heb je dezelfde of in ieder geval op zijn minst vergelijkbare klachten. Je zou denken dat het dan niet uitmaakt of je wel of geen diagnose krijgt. Alleen ziek zijn zonder diagnose terwijl in het bloed te zien is dat je een besmetting hebt gehad maakt dat je onzichtbaar wordt bovenop het onzichtbaar ziek zijn. Stel je dat eens voor.

De weg naar een diagnose is lang. Maar zo belangrijk. Het geeft je handvaten om verder te gaan. Je kan je verdiepen in je aandoening, daardoor jezelf meer begrijpen. Het geeft je grip op je ongrijpbare klachten. Je kan lotgenoten opzoeken. Als je ziek bent zonder diagnose kan je je nergens aansluiten.

Een diagnose kan van levensbelang zijn. Niet alleen als je Q-koorts hebt. Een diagnose gaat gek gezegd onderdeel uitmaken van je identiteit (dit is niet voor iedereen hetzelfde overigens). Het chronisch ziek zijn bepaald je dagelijks leven. Ik heb jaren gehad waar mensen vroegen: ‘Maar wat heb je dan?’ Dan moest ik zeggen: ‘Dat weet ik niet.’ Met alle gevolgen van dien.

De dag dat ik zwart op wit de diagnose kreeg voelde ik me eindelijk erkent, serieus genomen. Ik kreeg rust en kon verder met mijn leven. Mijn puzzel was compleet. Ik kon me eindelijk gaan richten op mijn lijf maar ook op onze relatie. Want hoe ga je om met chronisch ziek zijn en een, in ons geval, nieuwe relatie?

ZENUWPIJN.

28. Laat het gaan, laat het los

bron: Pinterest

Volgens de nieuwe Q-koorts dokter ben ik niet ziek. Hij legt uit dat ik geen QVS diagnose krijg omdat daar geen aanleiding toe is en mijn klachten door de hernia kunnen komen. Ik dien hem van repliek en deel hem mee: ‘Dus het UWV keurt mij 100% af omdat ik niet ziek ben?’ Eenmaal thuis dien ik een officiële klacht in. Dan mag hij uitleggen waarom hij meent dat hij dit soort opmerkingen mag maken en dan zal ik hem vertellen wat dat doet met iemand aan de andere kant van de tafel.

Tijdens het mediation gesprek zit ik met drie personen aan tafel. De Q-koorts dokter, de supervisor van de Q-koorts dokter en de mediator. Ik krijg een excuus en wederom uitleg waarom er geen diagnose wordt gegeven. Voor QVS mag er geen andere oorzaak zijn voor bepaalde klachten zoals vermoeidheid en bij mij is dat het geval. Ook vermelden ze dat er incidenteel wel eens een herziening diagnose wordt gesteld. Dit is het enige wat ik onthoud. En de excuses van de internist voor zijn domme opmerking.  

Eenmaal thuis daalt er een overweldigende rust over me heen. Achteraf lijkt het wel een soort van eenheidservaring. Er is geen tijd en ruimte. Alles gaat zoals het bedoeld is. Ik verkeer in een trance of een langdurige meditatieve staat van zijn. Ik voel me verlicht. Zwevend. Alsof alle kennis van de wereld tot mij komt. Pas jaren later hoorde ik vergelijkbare verhalen. Goddank, want de angst om voor gekkie versleten te worden heeft zich diep verankerd.

Ik lag alleen met mijn gedachten. Dagenlang. Tot er geen gedachten meer waren. Wat volgde was een periode van complete stilte. Ik ervaarde deze weken als een roes. Alsof ik in een droom zat. Mijn gedachten werden stil. Een gevoel van gelukkig zijn. Intense vrede. Niks deed er meer toe. De dagen vlogen voorbij. Ik sliep goed.  

Na zes weken (het protocol hanterende) bel ik de huisarts. De huisarts laat weten: ‘Je hebt nu wel bewezen dat we jou serieus moeten nemen ik ga je doorverwijzen naar de pijnpoli.’ Ik dacht deze keer niks. In die zes weken heeft hij mij niet een keer gezien. Alleen aan de telefoon gehad. Ik begrijp inmiddels wel dat ook hij vastzit aan het protocol. Ik heb geen vechtlust meer. Mijn brein is door de pijn uitgeschakeld. Toch komt er wederzijds begrip. Dat begrip zorgt ervoor dat de band met de huisarts wat sterker wordt.

Mijn broer rijdt mee naar de pijnpoli. Ik krijg een nieuwe MRI en een bijzonder uitgebreide intake. Wanneer mijn broer me thuisbrengt blijkt de lift in mijn appartementencomplex kapot te zijn. Kruipend ga ik de trappen op. De uitslag van de MRI is snel binnen. De radioloog belt zelf en zegt: ‘U moet met spoed geopereerd worden mevrouw Jansen. Het is te gevaarlijk om door te blijven lopen. U heeft een risico op een lage dwarsleasie. Uw hernia is zo groot dat we deze niet eens met een injectie weg kunnen spuiten. Dus pijnstilling gaat niet helpen. U moet geopereerd worden en wel heel snel.’

Ik word met een schok wakker uit mijn roes: ‘Is het gevaarlijk als ik door blijf lopen?’ ‘Ja’, zegt de man aan de telefoon, ‘u moet echt zo snel mogelijk geopereerd worden, ik ga voor u een spoedafspraak maken met de chirurg.’ Met de ambulance word ik naar het ziekenhuis gereden om te overleggen met de chirurg aldaar. Deze wil twee weken wachten in verband met de vakantie met opereren. ‘Er is wat weinig personeel ziet u.’

De ambulancebroeders en ik staren elkaar aan en de blikken die ik mocht ontvangen vertelde me genoeg. Opnieuw dacht ik: ‘Ook deze man gaat mij niet opereren.’

Inmiddels krijg ik thuis persoonlijke verzorging. Ik word ‘s morgens gewassen of als ik een beetje kan staan gedouched en aangekleed. Ik ben alle schaamte voorbij. Een thuiszorg mevrouw is zo lief om voor mij een boterham te smeren. Na weken bijna geen eten te hebben gehad weet ik niet hoe snel ik ze naar binnen moet werken. Ik durfde niet om meer te vragen. Na het gesprek met de chirurg in het ziekenhuis bel ik naar de neurochirurg die mij eerder heeft geopereerd. Deze is vol verbazing en zegt: ‘Maar mevrouw Jansen, ik heb u 8 maanden geleden ook geopereerd?’ In de rolstoel beland ik in Ede, terug bij dokter D. en wordt binnen één jaar voor de tweede keer aan een derde hernia geopereerd.

Na de operatie was ik minder blij dan de vorige keer. Ik kwam zo slecht uit narcose dat ik daadwerkelijk dacht in de hel te zijn beland. Ik weet nog dat ik op mijn rug lag met zo’n eetding boven op bed. Ik raakte zo in paniek omdat ik dacht dat ik stikte. Dit duurde een dag deze hallucinaties. Waar ik maanden geleden de hele nacht over de gang zwalkte, blij dat ik weer kon lopen, moesten ze me nu uit bed helpen zodat ik naar de wc kon.

Ik ga naar mijn ouders om te herstellen. Dit is nooit goed gelukt. Elke dag is er nog pijn. Voor het eerst werd zichtbaar dat er meer aan de hand is. Mijn moeder zag de koortsaanvallen, de pieken en diepe dalen in energie, de krampen, het wegtrekken, alles…waarop ze zei: ‘Wat is er toch met je aan de hand?’

Niks maakt me meer uit. Er is geen angst meer, het is en blijft nog even stil. Totdat het langzaam elke dag een stukje beter gaat. Als mensen zeggen dat je in het leven krijgt wat je kan dragen moet ik altijd lachen. Ik kreeg meer dan ik kon dragen, daarom kon ik niet meer lopen. Niet meer denken. Wanneer je meer krijgt dan je aankan heeft het lijf een eigen systeem om alles uit te schakelen.

Mijn broer komt langs met zijn gezin. Terwijl ik op bed lig kijken mijn nichtje en ik samen You Tube video’s op mijn mobiel. Ze is dol op Frozen.

‘Laat het gaan laat het los!’, zingt ze uit volle borst mee. Ik kijk naar haar en ik word overmand door emotie. Dat kleine meisje, wat ik ook ooit was, zingt uit volle borst mee…’laat het gaan laat het los’, galmt het na in mijn oren. Terwijl ik mijn emotie inslik kijkt die kleine draak me aan en er verdwijnt een vinger in haar neus. We barsten samen in lachen uit. Laat het gaan, laat het los.

Deze kleine donder geeft me een les voor het leven en voor het eerst sinds weken voel ik weer leven in mijn lijf.

Nu wist ik: Dit is de laatste keer. Dit toentertijd 6 jarig meisje, onze Lieke, is onbewust de reddingsboei geweest waar ik me aan vast mocht houden. En toen was jij daar ineens mijn lief.

ZENUWPIJN.

27. Knoek, maar u bent niet ziek!

Foto door Fernando Cabral via Pexels

Voordat ik naar poli blauw ga kan ik maar 1 ding doen: Mijn voorbereiding waterdicht maken. De eerste nieuwe intake bij de Q-koorts dokter is al geweest. Er is weer bloed geprikt, mijn klachten zijn doorgenomen en ik kreeg dezelfde vragen als eerder bij dokter K. ‘Is er een knikmoment geweest? Heeft u toen u in Brabant woonde ooit een griep gehad? Heeft u ooit longontsteking gehad?’, enzovoort, enzovoort…Het is 2016 en al sla je me tot appelmoes, ik kan me echt niet herinneren of ik tien jaar eerder, in 2006 of 2007 een griep heb gehad. Enkel de Rotterdamgriep.

Om de onderste steen boven te halen kruip ik in mijn gatenkaasgeheugen. Uit wanhoop neem ik contact op met mijn ex-man. Zijn huidige vrouw en hij staan open voor contact, nadat ik hun het verhaal heb uitgelegd. Ik ga erheen. Daar sta ik oog in oog met de man die ik lief heb gehad en gehaat. We praten de hele avond. Over van alles en nog wat. Ik mag ze alles vragen. Mijn ex-man weet meer dan ik mijzelf kan herinneren. Dat ik regelmatig flauwviel, dat ik altijd moe was, dat ik ’s avonds altijd met dikke truien aan in een hoekje van de bank zat als een ziek vogeltje, dat ik zoveel afviel, en dat er ooit een ambulance is gebeld omdat ik niet goed werd.

Terwijl ik, zeven maanden na mijn tweede herniaoperatie waarvan ik nog aan het herstellen ben, driftig alles aan het opschrijven ben hoor ik ineens een knoek in mijn rug, een scherpe pijnscheut volgt en ik glij als vanzelf van mijn stoel. Het ging net zo snel als een bliksemschicht. Eer dat ik in de gaten had, en met mijn hersenen kon beseffen, wat er gebeurde lag ik op de grond. Alweer. Het geluid van de harde knoek galmt na in mijn hoofd. Letterlijk.

Ik blijf op de grond liggen en sluit mijn ogen. En ik doe niks. Het wordt doodstil. Ik heb geen gedachten meer en alles in mijn lijf is uitgeschakeld. Ik verkeer in een shock. Ik weet niet hoe lang ik daar op de vloer lig. Zijn het minuten? Uren?

Uiteindelijk probeer ik mezelf langzaam omhoog te hijsen. Het voelt alsof mijn geest uit mijn lijf getreden is. Alsof ik mezelf van een afstand aanschouw. De pijn die door mijn lijf schiet is niet te verdragen. Ik ben zeven maanden geleden geopereerd en nog niet hersteld, zou dit betekenen dat er weer een hernia in is geschoten? Ik sleep mezelf naar de bank en ga liggen. Ik zou er pas na zes weken weer vanaf komen. Ik wacht een dag met de huisarts bellen. Stel je voor dat het morgen over is? Maar morgen zou het niet over zijn. Ik bel de huisarts op en leg de situatie uit. Hij vertelt aan de telefoon over het zes weken protocol.

‘Eerst proberen we met medicatie de pijn te stillen. Als dat niet helpt dan kunnen we verdere stappen ondernemen.’  Ik ken inmiddels het zogenaamde protocol wel waarmee in 2012 alles startte. Fuck het protocol. Hij ziet me niet en misschien is dat maar beter ook. Hij zou zich rot schrikken. De band met de huisarts is broos en ik verzet me niet meer. De kracht die ik ondanks de situatie voel in mezelf is zo groot, die gaat door alles heen. Ik krijg pijnstilling, eerst Tramadol. Ik neem ze niet in. Ik weet dat het niet gaat helpen. Ik ken de regels inmiddels. Zes weken.

Na een week bel ik de huisarts en vertel dat de medicatie niet helpt. Hij heeft nog een troef achter de hand en hij schrijft morfine voor. Oxycodon. Ik ga akkoord, laat de medicatie bezorgen, neem ze niet in, wacht twee weken liggend in bed en bel de huisarts op dat ook deze medicatie niet helpt. Ik lig drie weken op bed. Ik kan letterlijk geen stap zetten. Maar het zes weken protocol moet blijkbaar gehanteerd worden.

Terwijl ik de dagen liggend doorbreng, enkel en alleen opsta om naar de wc te gaan, kruipend over de vloer, kan ik mezelf niet wassen, aankleden of eten maken. Ik heb inmiddels een la vol met diazepam, Tramadol, Oxycodon, Lyrica  en nog een pilletje. Als ik het nou zat ben kan ik er altijd uitstappen. Mijn escape.

Ondertussen kreeg ik een oproep voor Poli blauw. Ondanks dat ik weet dat ik hier niet heen kan vind ik ergens de kracht om toch te gaan. Mijn drang om erkenning voor Q-koorts te krijgen is groter dan de pijnen. Ik weet niet meer hoe ik in het ziekenhuis ben gekomen, ik weet alleen nog dat ik na de longfoto, in de hal op de grond lag, huilend van de pijn. Niemand stopte. Ik zag velen voeten voorbijkomen. Van artsen, doctoren en bezoekers. Tot er twee grote wielen voor mijn ogen verschenen. Een vrijwilliger hees mij op zijn karretje en bracht me van de hal naar poli blauw.

Bij poli blauw kreeg ik al een hartfilmpje en dat betekende dat ik even kon liggen. Daarna moest ik wachten in de wachtkamer. Ik probeerde te blijven zitten tot het niet meer ging en ik op handen en knieën belandde. De enige die iets deed was een medewachtkamer wachter. Ze zei niks, pakte een beker water en bleef even bij me. Deze vrouw ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar.

Wanneer ik eindelijk naar binnen mag bevestigd de internist uiteraard dat er een Q-koorts besmetting heeft plaatsgevonden. Dat wist ik natuurlijk al van dokter K. maar vertrouwen is goed, controle is beter. Daaropvolgend zegt de huidige Q-koorts dokter: ‘Maar u bent niet ziek.’

ZENUWPIJN.

25. Macaroni en nasi

Foto door Oleg Magni via Pexels

Maandag 8 Oktober 2021. Ondanks alle eerdere hoofdstukken, die al jaren geleden zijn geschreven, merk ik dat ik altijd verstar bij het herschrijven van dit en de komende hoofdstukken. Waarom weet ik niet. Om diezelfde reden ben ik al zes jaar bezig hier een boek van te maken maar ik blijf altijd op 1 punt in de tijd vastzitten. Misschien omdat ik in die tijd het meest bedrogen ben door mijn lijf? Of omdat ik er achteraf achter kwam hoe enorm ingewikkeld en complex Q-koorts is en hoe bedonderd ik me heb gevoeld en nog voel door bepaalde elementen uit de (medische) wereld hierover? Komt het door de depressie van toen? De eenzaamheid? Ik weet het echt niet. Of komt het doordat ik voor mijn gevoel niet de juiste woorden kan vinden om alles te beschrijven?

Hoe leg je uit, in geschreven woorden, hoe het voelt als je geopereerd bent, snakt naar menselijk contact, de deur uit wilt maar te afhankelijk bent, en je hoort achteraf dat heel je familie sinterklaas heeft gevierd, iedereen was er, alleen was ik niet uitgenodigd. Hoe omschrijf je het gevoel dat wanneer je je verdriet uitspreekt naar je familie en je niet begrepen wordt en reacties terugkrijgt waar helaas niemand zich voor schaamt. ‘Je kan toch nog niet zo lang zitten? Je bent toch nog aan het herstellen? Het leek ons niet zo’n goed idee om jou ook uit te nodigen. En we hoeven toch niet altijd met zijn allen te zijn? Jij gaat toch ook wel eens alleen naar die en die?’ Zeg het maar, welke woorden zijn goed genoeg, boek waardig? Geen. Schaamteloos.

September 2015. Hetzelfde ritueel als in 2013 herhaalt zich. Ik kan nauwelijks lopen en ga weer naar de huisarts. Nu is het genoeg. Ik eis van hem dat ik een doorverwijzing krijg voor een privékliniek gespecialiseerd in rugproblemen. Mijn huisarts kijkt mij aan en zegt: ‘Je zegt elke keer wat anders. Hoeveel artsen zijn er nu al met jou bezig geweest?’

Ik kijk hem volledig flabbergasted aan maar ik hou me sterk: ‘Nee, de artsen zeggen elke keer wat anders. De eerste neuroloog zegt dat de herniapijn vanzelf over gaat, de tweede neuroloog stuurt me door naar de neurochirurg en het NKCV, de neurochirurg die wil wel snijden maar met garantie tot aan de deur, het NKCV zegt na een paar gesprekken dat ik manisch depressief ben, sturen mij door naar psychiatrie die een identiteitscrisis constateren, ondertussen is er nog even op Q-koorts geprikt maar dat kan volgens de Q-internist geen oorzaak zijn om over de rest nog maar te zwijgen. En ik vertel steeds hetzelfde verhaal dus wie is er nu inconsequent?’

Het is alsof ik het ineens allemaal helder zie. Ik moet nu sterk zijn, voor mijzelf opkomen en mij niet meer van de wijs laten brengen. Na een lange discussie krijg ik de doorverwijzing. De huisarts wil wel nog vermelden dat als hij mij tegengas geeft, ik dan mijn hakken in het zand zet. Ik zeg: ‘Nee, ik kom voor mijzelf op, dat is heel wat anders.’

En zo zit ik voor de tweede keer bij de privékliniek tegenover dokter D. ‘Ik heb u een paar jaar geleden gezien in 2013’, zegt dokter D. ‘Toen wilde u graag een second opinion en nu treffen we elkaar weer.’ Hij buigt zich over de papieren. ‘Ik zie dat u een traject bij psychiatrie hebt gevolgd? Tenminste, dat heeft uw huisarts meegestuurd. Ik weet niet waarom maar ik moet het toch benoemen.’

Dokter D laat zich niet snel gek maken () en legt uit waarom hij dit ter sprake brengt. Hij zegt dat psychische klachten het herstel van een operatie in de weg kunnen staan. Dat snap ik wel. Ik wil alleen maar van de zenuwpijn af. Voor het eerst heb ik wel het gevoel dat een arts mij serieus neemt. Hij luistert goed, geeft antwoord en legt uit. Dokter D is niet zo onder de indruk van al het psychische. Er wordt een nieuwe MRI gemaakt. Dokter D zegt dat de hernia heeft zich de afgelopen twee jaar dusdanig heeft ontwikkeld dat een operatie wel aan te raden is.

Ik wil er nog even over nadenken. Ik weet niet of ik het aankan. Weer een operatie, weer herstellen. Ik krijg alle tijd van dokter D. Tijd die ik hard nodig heb. Ik moet even ademhalen.

19 November 2015 word ik geopereerd. Pa brengt mij weg. Met mijn logeer tasje sta ik in de kamer bibberend van de kou en de spanning. Er komt al snel een verpleegkundige. Ze begint heel rustig uit te leggen wat er allemaal gaat gebeuren. ‘Ga maar lekker op bed liggen’, zegt ze. Geëmotioneerd over de oprechte zorgzaamheid doe ik gelijk wat ze zegt. Na de uitleg laat ze me even alleen.

Ik adem in, uit. Ik heb al een dormicum gekregen en laat me wegglijden in de roes. Dan word ik opgehaald voor de OK. Ik huil. Ik laat alles los en geef me over. De anesthesisten en de verpleegkundige hebben geduld. Ik krijg een aai over mijn bol en kalmerende woorden. De operatie slaagt. Als ik uit narcose kom voel ik geen pijn. De zenuwpijn is verdwenen. Althans, die in mijn benen. Vrij snel mag ik uit bed en stukjes lopen. Ik kan het bijna niet geloven. Ik kan weer lopen! Ik loop de hele nacht, met rustpauzes, over de gangen van de kliniek. Alsof ik mijzelf er keer op keer van moet overtuigen dat de pijn weg is. Zelfs de napijn van de operatie voel ik niet. Ik voel niks meer. Het is stil in mijn hoofd.

De dag na de operatie mag ik naar huis. Pa komt mij ophalen. Thuis plof ik op bed, uitgeput, opgelucht, ik weet niet wat ik allemaal moet voelen. Ik heb geen zenuwpijn meer maar het opstaan voelt zwaar. Alsof er lood aan mijn stuitje hangt. Dat dit herstel trager gaat dan de eerste HNP operatie is duidelijk voelbaar en overvalt me. Ik krijg bakjes eten van mensen die ik op kan warmen in de magnetron, alleen maakt iedereen macaroni en nasi. Ik at weken macaroni en nasi. Maar ik was dankbaar (dit is deels een leugen ).

Bak in de magnetron. Wachten op ting. Bak onder de neus en al drentelend eten omdat ik nog geen maaltijd lang op een stoel kan zitten.

Ik hou me aan het herstelschema van de kliniek, ik lig, ik loop en ik huil. Het herstel is zwaar en traag. Maar ik had 1 probleem opgelost. De hernia was weg. Nu kon ik met die Q-koorts aan de slag.