Q-koorts

WachtQamer

Onlangs zat ik in de wachtkamer. Er is verder niemand en ik ben verdiept in mijn eigen gedachten. Ineens zwaait de deur open en komt er een blonde vrouw binnengerend. “Heb je een Indische vrouw hier gezien”, vraagt ze paniekerig.

“Nee”, zeg ik.

Ze grijpt haar telefoon en begint ongeduldig wat toetsen in te drukken. Zenuwachtig kijkt ze om zich heen en ik begin me af te vragen of ik in moet grijpen en of het wel goed gaat met deze vrouw. Dan krijgt ze een spraakbericht waar op een behoorlijk volume te horen is: “IK KOM ERAAN!”

Binnen een paar seconden is de Indische vrouw er. Ze vliegen elkaar om de hals. De Indische vrouw zegt: “Je bent hier nog eerder dan ik.”

“Ja”, zegt de blonde vrouw, “ik ben zo snel mogelijk gekomen.” Ze zakken beide gelaten in de dichtstbijzijnde stoelen en kijken elkaar indringend aan.

“Moest je niet werken”, vraagt de Indische vrouw. “Ja”, antwoordt de blonde vrouw, “maar dit is belangrijker dus ik ben gewoon weg gegaan.”

Ik kijk, observeer en ik schiet vol. “Dit is vriendschap”, denk ik. Dit is wat we allemaal nodig hebben in ons leven.

Omdat ik de enige andere wachtende ben kan ik, of ik het wil of niet, het gesprek volgen. De Indische vrouw praat over dat ze gek wordt alleen thuis. Dat ze zich depressief voelt. Dat ze bang is. Heel bang. Dat ze weer door de scan moet. Ik hoor hoe ze tijdens het praten leegloopt. Hoe ze er gewoon even mag zijn met haar verhaal.

Dan gaat de telefoon van blonde vrouw, ze pakt op en kapt het gesprek af met de zin: “Ja weet ik maar ik ben nu bij iets wat belangrijk is dus ik ben weg en hang nu op.” Resoluut. Zonder aarzelen. Haar aandacht is bij de ander die haar nodig heeft.

De vrouwen praten verder. Althans, de Indische vrouw, de blonde vrouw luistert. Meer niet.

Had ik toen maar zo’n iemand gehad. Toen ik ooit zo ziek was en niet kon rijden belde ik acht mensen maar niemand kon mee naar de huisarts. Het flitst even door mijn hoofd. Zo’n ongewilde flashback waar je geen invloed op hebt. Ik laat deze gedachten rustig voorbijgaan en sluit hem weer af.

Ach, zelfs ik kan nog een voorbeeld nemen aan deze vrouwen. Zo zou het moeten zijn. De blonde vrouw kijkt even achterom alsof ze voelt dat ik naar ze kijk. Ik heb tranen in mijn ogen, ze ziet het. We kijken elkaar langer aan dan gebruikelijk en ik geef haar een knikje met een glimlach. Haar blik is liefdevol en ze knikt kort terug.